Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haalde verzekering van des Genootschaps belangen bij voortduring te zullen bevorderlijk wezen. Ook aan Z. M. dienaar werd dankbaarheid betoond, want men besloot aan Z. Exc. den Minister van Staat Mr. J. G. Baron de Mey van Streefkerk, Secretaris van het Kabinet des Konings, het Honorair lidmaatschap aan te bieden, en bedacht daarbij, hoe deze hooggeplaatste man een zoon was van den Burgemeester van Leiden.

In dien tijd zonden alle schrijvers een exemplaar van hun boek aan den Koning op best papier gedrukt en sierlijk gebonden. Als ik nu lees, dat in de Bestuursvergadering den 26sten October werd ter tafel gebracht: het vierde stukje van Verdam (later hoogleer aar te Leiden) over de mechanica, zijnde een present-exemplaar van Z. M. den Koning, dan is het niet onmogelijk dat de Koning zelf deze beschikking heeft genomen. Kort daarna, toen de onderwijzer Jacob de Pecker een rekenboekje had voltooid, dat door de in 1834 overleden onderwijzers Dr. Bevel en Rijk was samengesteld, zonden Bestuurders dit boekje met een langen brief aan Z. M. en voegden daarbij de Feestrede door Ds. van den Broek uitgesproken.

Den 7en October 1840 deed Willem I afstand van de Regeering; den 28 November werd zijn oudste zoon, de held van Quatre-Bras en Waterloo, de opperbevelhebber van het leger in den tiendaagschen veldtocht, te Amsterdam ingehuldigd. Levendig herinner ik mij nog hoe of ik in den zomer van 1841 op de Breedestraat getuige mocht zijn, hoe hij, te paard gezeten, Leiden binnenkwam, voorafgegaan en gevolgd door de kurassiers in hunne schitterende helmen en harnassen, door de Leidsche schutterij — bij welke troepen toen nog verscheidenen waren, die den veldtocht van 1830 onder zijn bevel hadden medegemaakt — door eene eerewacht van de studenten en van de burgers, en hoe of hij aan de voornaamste inrichtingen in deze stad een bezoek bracht. Doch de bestuurders van M. S. G. gingen niet ter audientie, want de oude Koning bleef nog hun beschermheer. Den 3en Juli 1843 zonden zij hem voor de laatste maal het jaarlijksch verslag met een begeleidenden brief, vijf maanden voor zijnen dood op den 12den December te Berlijn.

Toen werd het Beschermheerschap aan Z. M. Willem

Sluiten