Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertrekken bi] M S. G. in gebruik. \ erplaatst U met mi] in de jaren 1840—1845.

De groote bovenzaal was voor teekenen en rekenen ingericht. Eene kleinere zaal, diende voor het onderwijs in de "Wiskunde aan de hoogere klassen en tevens voor het onderwijs in Quarta d.i. de laagste klasse van 't Gymnasium, waarin uw Voorzitter in 1842 als Latijnsche kwak plaats nam, toen niet wetende dat hij in het Schapenhok kwam te zitten, zooals de jongens van M. S. G. het bestempelden

De oude luister van het Genootschap, deBeschermheeren, de Patriciërs en Eereleden, de onderwijsgevende Studenten waren reeds lang verdwenen. De Bestuurders waren deftige, meest bejaarde mannen, ambachtsbazen en boekhouders; burgerlieden, die toen nog niet tot den kring der Heeren behoorden, welke laatsten de hoogere betrekkingen op het Stadhuis vervulden, en leden waren van het Iviescollegie, van den Raad, en van allerlei andere Collegies. Het jaar 1848 moest nog komen, dat den derden stand allengs zou verheffen. Professoren lieten zich in het Bestuur noe niet zien.

o

Van de Bestuursleden vermeld ik den kundigen en verdienstelijken S. van der Paauw, Stadsbouwmeester, Isaac Lalau, Metselaarsbaas, bijgenaamd de gouden truffel, den Katechiseermeester Joh. van Dissel enz.1). Twee der onderwijzers waren zeer oude Bestuursleden, Bartholomeus van den Broeck, (een der oprichters in 1785 van het Genootschap) en Isaac Montagne boekhouder en zaakwaarnemer. De hulponderwijzers, adsistenten genaamd, waren gewezen leerlingen (aankweekelingen) der school. Deze en de andere onderwijzers waren eenvoudige lieden, die geene bevoegdheid zooals thans aan zware examens ontleenden, maar

1) De Heer C de Frkmkry, vroeger Penningmeester, was toen eerelid van het Bestuur, en woonde de vergaderingen bij.

Sluiten