Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1847 de onderscheidene aardlagen van den Nederlandschen bodem.

Als de rede gehouden en de medailles en prijzen met gepaste toespraken uitgedeeld waren, dan traden er uit de rij der bekroonden achtereenvolgens vijf leerlingen voor het publiek en spraken hunne dankbetuigingen uit. Die waren door de meesters opgesteld, evenals wij op 't Gymnasium voor de Gratiarum actio de Latijnsche verzen van de prseceptoren en den conrector ontvingen, van welke elk docent toen eene groote verzameling uit de vorige eeuw of eeuwen bezat. Het zal wel gebeurd zijn, dat zulk een gelauwerde in zijne voordracht bleef steken. Zeker is het dat in 1845 één hunner van den leeraar J. de Pecker eene deftige dankbetuiging gekregen had om van buiten te leeren, maar toen hij op het kritieke oogenblik beginnen moest, zich geen enkel woord herinneren kon, doch, eensklaps moed vattende, vrij uit het gemoed zijnen dank improviseerde, en daarmede groot succes behaalde. Na afloop merkte de Heer de Pecker op, dat hij tot zijn verwondering van de gegeven toespraak niets gehoord had. Wilt gij weten, waarde toehoorders, wie die jongen was? Gij ziet hem voor U. Het was de Heer Groen, die na zestig jaren nog even gemakkelijk eene toespraak kan houden als toen.

In het najaar van 1846 werd het Gymnasium gereorganiseerd, en eene afdeeling B toegevoegd. Meer vertrekken waren noodig en daarvoor werden de bovenzalen, tot dusverre bij M. S. G. in gebruik, aangewezen. Den 7den Sept. 1846 berichtten B. en W. aan het Bestuur, dat de Rektorswoning op de Pieterskerkgracht aan M. S. G. zal gegeven worden, en den 12den October reeds hield het Bestuur zijne eerste Vergadering in de nieuwe Bestuurskamer en ging na de vergadering met de leeraars, die daartoe opgeroepen waren, het gebouw rond om elk zijne plaats aan

Sluiten