Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenis, evenals dat geschiedde met den armen Allan, "wiens levensgeschiedenis men mij eens verhaalde. Hij lasterde God eens in het midden zijner kameraden: „Jan," vraagde iemand hem plotseling, „indien gij op dit oogenblik stierft, waarheen zoudt gij gaan?" „Rechtuit naar de Hel!" was zijn antwoord. Waarheidlievend man! Hij wist waarheen hij ging en hij zeide het ronduit.

Eens vraagde ik een heer naar den toestand van zijne ziel. Hij antwoordde mij, dat zij in een' duivelschen staat was! Arme man! Hij wist ook, waar hij heen ging en duizenden zijn in hetzelfde geval, hun slavernij gevoelend en erkennend. Hebben zij geen geweten, dat het hun zegt? God heeft Zijn licht doen doorbreken in hunne duistere zielen, maar zij hebben zich verhard en hebben zich verzet tegen Zijne roepstemmen. En nu beschouwen zij zich als verloren, zonder hoop op behoud, zonder mogelijkheid van verbetering. Zij hebben den strijd opgegeven. En daar zijn zij nu, wachtend op iemand, die hun toeroept: „God wil u helpen." Zij hebben de geloovigen wel gadegeslagen, maar hebben geen groot verschil ontdekt tusschen hen en de wereld en zij zien niet, dat de godsdienst eenige wezenlijke verandering heeft te weeg gebracht in hen. Wanneer gij hen tot het geloof aanzet, bespotten zij u, en dat is niette verwonderen. Het arme menschelijke geweten heeft meer doorzicht dan vele zijner leidslieden. Het heeft behoefte versterkt te worden en zucht naar verlossing. Hoe dikwijls vraagt het zich misschien niet af: „Zou God mij kunoen genadig zijn in den staat, waarin ik mij bevind?

2

Sluiten