Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ps. 103 : 7.

Lezen : Psalm 84.

Ps. 42 : 3 en 5.

Hecre, Ileere. gedenk toch mijner en sterk mij alleenlijk ditmaal, o God ! Met die bede van Simson in het hart, Gemeente, betrad ik heden avond den kansel. En al wenscli ik mij noch in lichamelijk, noch in geestelijk opzicht met den voor ons, Westerlingen en Christenen van de 20ste eeuw, ietwat vreemden persoon van Simson te vergelijken, — toch gevoel ik thans dat er tijden kunnen zijn in het leven, dat men, al was 't maar voor één oogenblik, de vroegere kracht en de sterkte van jeugdiger jaren terug zou wenschen. En dan zou het niet als bij Simson zijn, om wrake te doen, maar het zou zijn om nog eenmaal met den krachtigsten aandrang en met het heiligste vuur het geklank van de Evangelie-bazuin te doen hooren en te doen ingaan — als 't zyn mocht — in de ooren en harten van allen die 't hooren. Want het Evangelie, het Evangelie van Gods genade, de blijde boodschap van Gods liefde in Christus tot een verlorene wereld,—dat was het waarmee ik voor ruim 30 jaren optrad voor de gemeente des Heeren, dat en dat alleen is het wat ik nu nog, aan het einde van mijn ambtelijken arbeid gekomen, aan u heb te verkondigen, aan u, onder wie ik ruim 14 jaren mocht dienen.

Het zal u toch niet vreemd zijn, als ik behoefte gevoel dat afscheidswoord vast te knoopen aan hetzelfde apostolische woord, dat eens mijn eerste tot de gemeente was, namelijk :

1 Timotheus 1 : 15a.

Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om zondaren zalig te maken.

Met dit woord, dat Paulus eens aan zijn vriend Timotheus meegaf, om het te prediken aan Jood en Heiden, stond ik, ruim 30 jaar geleden, aan het begin van mijn Evangelie-bediening, op den kansel mijner

Sluiten