Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een blijk van de goede gunste mijns Gods Maar toch is 't met weemoed, dat ik heden voor u optreed; niet alleen omdat ik betrekkelijk zoo vroeg een einde gemaakt zie aan mijn ambtelijk leven, maar ook omdat hier zooveel is veranderd in die enkele jaren die ik hier doorbracht. Welk een kring van oprechte, trouwe broeders en zusters, schaarden zich, toen ik hier kwam, rondom de leeraars, die altijd hartelijke vriendschap en steun van hen ondervonden. Welk een kring toen van broeders en zusters, die Gods woord oprechtelijk liefhadden, die onze Kerk trouw waren, die hun plaats in Gods huis zoo zelden ledig lieten staan, die geen vrijmoedigheid hadden zich aan den Avondmaalsdisch te onttrekken ; die, hetzij in den kerkeraad, hetzij daarbuiten, als verstandige, godvreezende, ervarene mannen en vrouwen, de leeraars met raad en daad bijstonden, vertrouwelijk met hen omgingen, die de gemeente en hare behoeften zoo goed kenden, — ach, hoe is hun aantal tot op weinigen geslonken ; hoe dikwijls stonden we aan een geopende groeve om er weer een, alweer een, in hun of haar laatste rustplaats neer te zien dalen. We hadden met hen zoo dikwijls gebeden ; zoo vaak de belangen der gemeente besproken; we hadden met hen geweend,' toen het vuur ons bedehuis verwoest had en met hen gedankt, toen we weer op mochten gaan ; we zagen ze heengaan in vrede — ach, de weinigen in aantal, die bleven en de jongeren van jaren die opstonden in hunne plaats, ze duiden het mü toch niet euvel, dat ik thans wie heengingen gedenk, waar de jaren van onzen arbeid alhier als uit 't verleden voor ons oprijzen en de herinneringen zich vermenigvuldigen. Maar dan denken we ook onwillekeurig aan de toekomst. Dan gevoelen we zoo diep dat wy, menschen, niets zijn. Dan geven we 't in Gods hand, die

Sluiten