Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook u, geachte heer Moinat, mijn dank voor de wijze, waarop gij het gezang der gemeente begeleidt. Gij hebt mij meermalen gesticht en getroost en uw voortreffelijk orgelspel was dikwijls het middel, om mijn hart te vervullen met dank aan mijn God. Hij sterke u ook verdelen vervulle uw hart met psalmen des lofs.

Datzelfde bid ik ook u toe, mijn geachte vriend, die der gemeente Gods heilig Woord voorleest, zoo eenvoudig, zoo eerbiedig, zoo stichtelijk. Dat woord geve u, altijd als ge 't noodig zult hebben, sterkte en troost en blijdschap en vrede.

Voorts u allen, die in eenigen dienst in Gods huis zijt, dank ik van harte ; altijd stondt gij gereed om ook mij van dienst te zijn overal waar ge kondt. God zij voortdurend met u.

En dan — gemeente — wend ik mij weer tot u. Ik dank voor zoo menig blijk van vertrouwen en toegenegenheid. Wil mij vergeven, waar ik iemand onrecht deed of verongelijkte, of waar ik mij zeiven niet genoeg gaf. Nog in de laatste dagen trof mij zoo menig blijk van genegenheid, ook daar waar ik die nu juist niet het eerst zou hebben gezocht. Waarlijk ontroerend was mij een aandenken, mij geschonken door nog jeugdige catechisanten, geheel uit eigen beweging, zonder aansporing van anderen, bedacht en uitgevoerd. Het zal mij een gedachtenis zijn aan liefelijke uren, die ik met hen doorbracht. God zegene ook die jeugdige harten !

En dan zij mijn laatste woord aan mijn gansche gemeente — ja, wat mag het anders zijn dan nog eenmaal: dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld is gekomen om zondaren zalig te maken. Van harte spreek ik mijn „Amen" uit op dat apostolische woord ; — God geve dat uw laatste woord, als uw laatste ure eenmaal komt,

Sluiten