Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 56. Scholastiek en Mystiek.

161. Yan waar de benaming scholastiek?

162. Moet zoo smadelijk uit de hoogte op haar worden neergezien, als dit in de 19de eeuw de gewoonte was?

163. Welken ridderlijken karaktertrek vertoont zij?

164. Waarnaar streefde, en jvat beoogde zij?

165. Hoe gaan dogmatisme en scepticisme bij haar gepaard?

166. Wat is daarentegen het kenmerkende der mystiek?

167. Wat is het punt, waarvan de scholastieke philosophie uitgaat?

Wat is nominalisme, wat realisme? Wat zijn universalia? § 57. De theologische wetenschap in de 12de eeuw.

168. Hoe schuilde de kiem der scholastiek reeds in den strijd tusschen Berenyarius en Lanfranc?

Wie vertegenwoordigde hare sceptische, wie hare dogmatische richting?

169. Hoe geraakte zij in de 12e eeuw tot verdere ontwikkeling en heerschappij?

Welke richting zegevierde in den strijd tusschen Anselmus en Boscellinus?

Welke beide elementen waren nog vereenigd in het dogmatisme van Anselmus?

170. Waardoor kenmerkte zich Abaelard?

Wat deed daartegenover de h. Bernardus?

171. Hoe ontstond hierna een verzoenende richting?

In welke verhouding stonden daarbij Petrus Lombardus en Hugo van St. Yictor?

172. Wie was Anselmus?

Hoe oordeelde hij over de verhouding van gelooven en weten?

Wat is zjjn beroemdste geschrift?

173. Beschrijf den aanleg, de gaven en het karakter van Abaelard?

Sluiten