Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit blijft mijn bede nu: Meer liefd', o Heer! tot U. Tot U, o Heer! Steeds meer en meer.

Ja, tot aan 't eind der reis,

Verblijd ik mij In Uwe liefd', o Heer!

Zoo rijk en vrij. Dan blijft mijn beê, als nu: * Meer liefd', o Heer! tot U.

Tot U, o Heer!

Steeds meer en meer.

No. 29. (Gez. 194.)

Van U zijn alle dingen,

Van U, o God! alleen, Van U de zegeningen,

O Hoorder der gebeên! Uw liefd' en trouw omringen

Mijn wankelende schreên, En wat w' ooit goeds ontvingen,

Het is van U alleen.

Gij kent steeds mijne nooden,

Waarin gij trouw voorziet! Gij geeft geen steen voor brooden,

Een slang voor visschen niet! Wie komt tot U gevloden,

Dien Gij geen hulpe biedt? Gij laat den zondaar nooden,

Nog eer hij tot U vliedt.

Sluiten