Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar toch! hoe groot het aantal was Van hen, die in uw afgrond zonken, Toch zijn er heel wat meer verdronken In 't klein jeneverglas.

O diepe zee, o wijde plas! Wie in uw vloed moest sneven, WTeet, dat zijn dood en leven Toch in de hand des Heeren was! Maar wie zegt in wiens hand zij zonken, Die in het schriklijk vocht verdronken Van 't klein jeneverglas!

No. 16.

Wijze: Boven de starren.

Daar, met de gordijnen voor vensters en deuren, Waar men zoo steelsgewijs in gaat en uit, Zeg mij toch, vader! wat mag daar gebeuren? Dat men het daglicht er steeds buitensluit, (bis)

Kan, wat men daar doet, het licht niet verdragen ? Zeg! waarom sluit men die vensters zoo af? Vader, ik mag het u immers wel vragen? Brengt men in rouw er een dcode naar 'tgraf? (bis)

Neen toch! - - want 'kzie langs de straten zoo velen! Neen, 't is geen sterfhuis, 'tmoet anders wat zijn;

Wat staat daar op die papierstrook te lezen?

Wat mag dat blinkende schrift daar wel zijn? (bis)

Sluiten