Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 18.

Wijze : De Watergeus voor den Briel. Komt, jongens, helpt mee aan 't beleg van Schiedam?

De onthouders, die staan voor de poort, Als wij hun geleed'ren van mannen voorzien,

Dan strijden zij wis moedig voort. Die strijd is toch wel uw belangstelling waard, Want nimmer nog heerschte zoo'n dwingland op aard. Hij is niet voldaan met uw geld en uw goed, M: lar cischt ook uw tranen en bloed.

Vooruit dan, gij jongens, belegert Schiedam,

Daar staat zijn afschuw'lijk paleis; Van daaruit komt armoe en vloek over 't land,

Daar stelt hij zijn gruw'lijken eisch: Geef op mij uw geld en uw hart en uw hand. Uw denkkracht en werkkracht, ja heel uw verstand, Geef op mij dat alles, te veel is het niet, Voor ?t zingenot, dat ik u bied.

Die eisch! — om te rillen! Ik snel naar Schiedam,

De onthouders die staan voor de poort, Ik wil hun mijn hart en mijn krachten aanbiên,

Dan help toch ook ik hen wat voort. Wij strijden zoolang voor ons volk en zijn recht, Totdat zijn palpis tot den grond is geslecht, Dan stort Koning Alkohol van zijn troon, En welvaart is 't heerlijke loon!

Sluiten