Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 21.

Wijze: Vader 'k wil gaan reizen.

Wilt gij vrij en vroolijk door dit leven gaan. Dan moet gij de drankflesch, vriendjes, laten staan. Zij belooft u blijdschap, vreed' en levensvreugd, Maar zij rooft u meestal wat u 't hart verheugt, (bis)

Ach zoovelen hoorden naar haar vleiend woord. Werden door die drankflesch meer en meer bekoord. Al wat z' eens bezaten, wat de Heer hun gaf, Welvaart, gaven, krachten, nam die flesch hun af. (bis)

Wilt gij vrij en vroolijk door dit leven gaan. Dan moet gij de drankflesch, vriendjes, laten staan. Wilt gij reine vreugde, blijdschap, waar genot, Hoort naar Jezus roepstem, geeft uw hart aan God.(bis)

NO. 22.

Wijze: Er ruischt langs de wolken.

Er trekt door de wereld een tallooze schaar, Met wanklende schreden en droevig misbaar, 't Zijn slaven eens meesters, hardvochtig en wreed; Die welvaart hun roofde voor armoê en leed. Kent gij, kent gij, dien meester wel? Den drank, die het leven hun maakt tot een hel.

Wij willen dien meester niet dienen, o neen, Wij willen hem bannen uit dorpen en steen. Neen, nimmer een enkelen droppel geproefd, Van 't vocht, dat nog daagl'ijks zoo velen bedroeft. Heiland, Heiland, voer Gij ons aan, Dan zullen wij moedig dien vijand weerstaan.

Sluiten