Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gróóte leed, dat de Alcohol aanricht; en wel meer bijzonder over het gróóte leed, dat hij in den schoot van het Familieleven aanricht.

We gaan dus niet spreken over eenigen bepaalden drank in verband met ons huiselijk leven: want deden we dit, en noemden we bijvoorbeeld met name den jenever als het huiskruis van menig gezin, dan zou de wjjndrinker allicht in zelfbehagen, hoofdschuddend, zeggen: „Boozejenever! Waarom houdt men zich ook niet aan een glas schuimend bier of aan een glas onschuldigen wijn !"

We zouden nu zoo gaarne óók dezen wijndrinker treffen, en daarom gaan we spreken, zooals ik reeds zeide, over den Alcohol, die in wijn en in bier en in sterke dranken volmaakt dezelfde is, en die aan al die dranken hun bedwelmend en verwoesten vermogen verleent.

Hun verwoestend vermogen!

Want de Alcohol is een groote verwoester.

Het werk, dat hij in onze samenleving verricht, is geen opbouwend, maar het is een afbrekend werk; we zouden heft best „sloopers-werk" kunnen noemen. Op welk levensterrein we de werking van den Alcohol ook gadeslaan, överal worden we getroffen door zijn vervaarlijke „sloopende" macht.

't Behoeft haast geen nader betoog, dat hij op kerkelijk en maatschappelijk 'terrein sloopers-werk verricht. Wie toch zijn oog niet opzettelijk sluit, móet wel bemerken, ès.t het kerkelijk leven kwijnt, overal waar de Alcohol naarstiglijk wordt vereerd; en het wordt in onzen tijd gelijkkig allerwege erkend, dat de welstand van het maatschappelijk leven ernstig door den Alcohol wordt bedreigd; ja, dat een volk dat drinkt — zij het dan ook met langzame schreden —

Sluiten