Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn kind moet ik dooden; — en die niet tot rust kwam, voordat hij het hoofd van zijn lieveling met een bijl had gekloofd!

Daar werd nog onlangs in de couranten gesproken van zulk een wreedaard, die in een aanval van dronkenmanswaanzin de moeder van zijn kinderen tegen den grond sloeg, haar borstkas instampte met zijn brutale knieën en vuisten, haar vastgeklemde tanden openbrak met een scherpen beitel, om haar een kan jenever naar binnen te gieten, en toen ze dood was, heelemaal dood, — toen ging hij met zijn dronken lijf op haar zitten en bonsde haar hersenpan in met een hamer, en scheurde haar het vel van 't gelaat met zijn beitel,... en zoo werd hij gevonden,... het dier!

O, de drank maakt zoo wreed!

Tijgermelk wordt hij genoemd, en terecht; want wie daarvan drinkt krijgt den aard van een tijger; er groeien tijgerklauwen aan eiken drinker, — klauwen, die zelfs niet het teerste ontzien! — En ja, nu weet ik wel, dat de gevallen, die ik daar noemde uitersten zijn; maar die uitersten toonen dan toch, hoe v è r de verwoestende macht van den alcohol gaan kan, indien ze niet wordt gestuit; ze leeren ons, dat de alcohol 's menschen zedelijk leven in meerdere of mindere mate defect maakt; en, waar ik nu nog éénmaal het glas voor deze vergadering ophef, daar voeg ik er bij: „Mijn arm moge verdorren, eer ik dien drinkbeker drink!"

III.

We zijn nog niet aan het einde.

We hebben nu wel gesproken over het leed, dat door den alcohol teweeggebracht wordt, en de alcohol-ellende is ons door het gehoorde mis-

Sluiten