Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzoekingen hebben gestaan, om hem daarom met zooveel hardheid en minachting te behandelen?

De zonden, ook van die verleidende kamaraden, wier pogingen ons wel eens aan Satanische werkzaamheid doen denken, die zich verheugt over het kwaad.

Maar ook de zonden van onze geheele maatschappij , van die koude, meedoogenlooze maatschappij, die de holen der verleiding toelaat bij eiken stap dien men te gaan heeft, om daarna den staf te breken over hen die er te gronde gaan; van onze maatschappij waar nog maar al te dikwijls het recht van den sterke (physiek, economisch of verstandelijk) het alleen geldende recht is, en de zwakken worden gedoemd tot een kleurloos, kommervol bestaan, waar lange arbeidsuren, benauwde woningen, onvoldoende loonen en bovenal het vreeselijke schrikbeeld der werkeloosheid schering en inslag zijn.

Is het wonder dat de Satan hier een vruchtbaar veld vindt?

Zijn wij Christenen, wij Christen-Onthouders, verantwoord , als wij tegen deze dingen niet telkens onze stem verheffen. Ik meen van neen. Daarom wilde ik bij elk der zoo even genoemde punten even stilstaan.

Allereerst bij

het groote aantal vergunningen.

Wij kunnen niet loochenen, dat onze drankwet gunstig heeft gewerkt.

In 1882 waren er 32,691 vergunningen, 31 Dec. 1904 waren er 22,416. Er zijn er dus 10,275 opgeruimd. Daar het maximum, dat volgens de wet toegelaten is, 16,087 x) bedraagt, moeten er dus nog 6,329 verdwijnen, zal de wet van 1882 volkomen zijn toegepast. Thans is er één kroeg op de 245 inwoners, d. i. één op de 49 gezinnen!

De wet laat toe 1 op de 500 inwoners in plaatsen met meer dan 50.000 inwoners, 1 op de 400 in plaatsen

1 ). Deze cyfers zijn ontleend aan het Jaarboekje voor Drankbestrijding 1906.

Sluiten