Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3e. Door bij werklieden, met wie wij in aanraking komen (b.v. bij de leden onzer N. C. G. O. V.) het verlangen naar eene goede woning aan te wakkeren. Laat hen desnoods zich daarvoor een offer getroosten. Het geld daaraan besteed, is niet verloren, eene betere woning komt het huiselijk leven ten goede, geeft kans op verminderd kroegbezoek, op betere gezondheid en daardoor meer arbeidsvermogen en is een onschatbaar voorrecht bij de opvoeding der kinderen. De eigen haard moet hoog gehouden worden. Nu hangt de gezelligheid van het tehuis wel in de eerste plaats van geestelijke eigenschappen af, van de liefde, orde, netheid en tucht die er heerschen, maar toch, het lijdt geen twijfel of de uitwendige gesteldheid van het huis doet er veel aan toe. Denken wij slechts aan het eene feit, dat men moeilijk strenge begrippen van zedelijkheid handhaven kan in een vertrek, waar jongens en meisjes van allerlei leeftijd bij elkander moeten slapen.

De woning-quaestie brengt ons vanzelf op de loonquaestie. Er moeten betere goedkoope woningen komen dit wordt van vele zijden gevoeld. Toch — al kan men iets beters geven dan men nu heeft — zal het altijd moeilijk blijven, om beneden de f2 woningen te verschaffen, die aan eenigszins billijke eischen voldoen.

Daarom zal er geen werkelijke afdoende verbetering in de woningtoestanden komen, totdat elk arbeidersgezin in onze groote steden minstens ƒ2.50 kan verwonen. En hierbij komen wij vanzelf op de veel besproken, netelige quaestie van het loon.

Arbeidsloonen.

Welke verschillende theorieën worden hier niet over verkondigd, welke verschillende gezichtspunten ontmoet men niet in hét dagelijksche leven, naar mate men de zaak van de zijde van den patroon, of van den werkman beziet.

Ik wensch mij hier niet in theorieën te verdiepen,

Sluiten