Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal van mij gescheiden geweest, dat zal niet weer gebeuren" wordt door hem zacht teruggewezen, met de herinnering, dat hij nog moet opvaren tot den Vader en dat niet hier, maar daar eerst sprake kan zijn van een voor goed vereenigd zijn.

De verschrikte discipelen, die als zij hem zagen niet zoo aanstonds gelooven konden, noodigt hij juist uit om hem aan te raken, om hem te betasten, opdat zij overtuigd zouden worden, dat hij werkelijk uit de dooden was opgestaan en hun was wedergegeven.

De bedroefde Emmaüsgangers bereidt hij langzaam voor op de herkenning in hun huis, bij de breking des broods, door het onderricht dat hij hun geeft op den weg, om hun duidelijk te maken uit de Schrift, dat de Christus Lijden moest en alzoo in zijne heerlijkheid ingaan.

De óók bedroefde, maar weer geheel anders bedroefde Thomas ziet den opgestane op eens vóór zich, met de teekenen in de handen en in de zijde, en hoort uit zijn mond de zachte maar toch zoo doordringende vermaning, zooals hij die noodig heeft: „wees niet ongeloovig, maar geloovig."

Aan de op hem wachtende discipelen, die hun dagelijksch handwerk weer hebben opgenomen, verschijnt hij op den oever der zee, als om hun te zeggen, dat hun werken is onder zijn oog, en dat zij bij teleurstellingen in hun werk van zijne nabijheid

Sluiten