Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de Heer nu zijn macht maar openbaarde, waarvan hij toch zeide, dat die voortaan zijn deel is, als hij maar kwam op de wolken des hemels om de zonde tegen te houden, om zijn koninkrijk te doen komen met kracht, om ook den laatsten. vijand, den dood, zijn wapen te ontnemen, ja dan zouden wij hem begrijpen, maar nu ? Daar klinkt ons het woord onzes Heeren, die ook na zijne verhooging nog dezelfde is gebleven, in de ooren : „Wat ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan." Wij zien hem weer rondgaan bij zijne discipelen om hun de voeten te wasschen. En wij beginnen er toch iets van te begrijpen. Hebben wij het niet gehoord, dat wie door hem niet gewasschen is, geen deel met hem hebben kan ? Is het niet de bedoeling van hetgeen hij doet, van hetgeen' hij met ons doet, dat wij rein zullen worden, ook dat wij ons zeiven reinigen zullen, 'ook dat wij elkander reinigen zullen ? En moet daaraan niet juist dienstbaar worden gemaakt hetgeen waaraan wij ons zoo dikwijls ergeren, wat wij maar niet uit zijne hand ontvangen willen. Reiniging, inwendige reiniging gaat niet zonder dagehjksche kruisiging van het vleesch, gaat niet zonder dien strijd, waarin de bede wordt geboren, „niet mijn wil maar uw wil geschiede", gaat niet zonder de erkentenis :

Ik kan mij zelf geen wasdom geven. Niets kan ik zonder u, o Heer !

Sluiten