Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I Lof zij den Heer, den almachtigen Koning der eere, — Dat aard en hemel den lof Zijner glorie, vermeere, — Meng in 't geklank, — Ziel, uw aanbiddenden dank! Zinge al wat ademt den Heere! 2. Lof zij den Heer, die uw bevende vrees zal beschamen, — Noem Hem uw Vader, de kroon van Zijn heerlijke namen ! Dwars door den dood, — Neemt Hij u op in zijn schoot, - Looft Hem in eeuwigheid! Amen.

2. (Psalm 68). Geloofd zij God met diepst ontzag! — Hij overlaadt ons dag aan dag,

— Met Zijne gunstbewijzen, — Die God is onze zaligheid ! — Wie zou die hoogste Majestejt — Dan niet met eerbied prijzen!

— Die God is ons een God van heil; — Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil. — Ons 't eeuwig, zalig leven, — Hij kan en wil en zal in nood, — Zelfs bij het naadren van den dood, — Volkomen uitkomst geven.

3. (Psalm 146). Prijst den Heer met blijde galmen ; - Gij mijn ziel hebt rijke stof. — 'k Zal zoo lang ik leef mijn psalmen — Vroolijk wijden aan Zijn lof; — 'k Zal, zoo lang ik 't licht geniet, — Hem verhoogen in mijn lied. (bis).

2. Zalig hij, die in dit leven, — Jacobs God ter hulpe heeft; — Hij, die, door den nood gedreven, —Zich tot Hem om troost begeeft; Die zijn hoop in 't hach-

Sluiten