Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu onze God Zijn heil ons schenkt. — Juich dan den Heer 1 met blijde galmen, — Gij gansche wereld, juich van vreugd ; — Zingt vrolijk in verheven psalmen — Het heil, dat d'aard in 't rond verheugt.

50. PSALM 105. Looft, looft, verheugd, den Heer der Heeren f — Aanbidt Zijn i naam, eh wilt Hemeeren; — Doet Zijne glorierijke daan. — Alom de volkeren! verstaan, — En spreekt, met aandacht en ] ontzag, — Van Zijne wond'ren dag aan dag. j 2. Juicht, elk om strijd, met blijde galmen; — Zingt, Zingt den Hoogsten vreugde psalmen; — Beroemt u in Zijn heilgen naam; — Dat die Hem zoeken nu te zaam — Hun hart vereenen tot Zijn eer, — En zich verblijden in den Heer.

51. GEZANG 49. Waar is een vreugd, een kalmV, een heil, — Zoo zalig, als dit hoogst genot ? — Het vloeit uit God, en keert tot God, — Het heeft, noch maat, noch perk, nog peil: — In Jezus is mijn zalig lot. — Verborgen bij mijn God: — Hij is mijn lust, — Ook als mijn stof eens rust. — O prijst Hem, mijn gezangen! — lk b'ijft zijn komst verlangen; — Hij is mijn lust! '

52. GEZANG 58. Trots de wereld en haar laster, — Trots de hel en al haar woên, — Steun ik op Gods liefde vaster;

Sluiten