Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klok, — toch was ze gezond, precies nog in alles ... en oud-grootje was óók gezond, deed haar werk nog als de beste.... Alleen d'r ooren en d'r oogen, zie je, die fopten d'r wel eens....

Ze had nu den Bijbel vóór zich liggen, zóó maar op goed geluk opengeslagen, tuurde nu, d'r bril omgekeerd voor haar oogen houdend, waar 't boek was opengevallen ... „O, bij Job..."

Eiken morgen las ze en nu, door dat vroege opstaan, had ze zoo mooi den tijd, De Paaschgeschiedenis moest ze zoeken. In Job stond die niet. Neen, ze moest in 't Nieuwe Testament zijn, wel zeker! Maar w&ar dan?... Zie je, ze kende al de geschiedenissen uit den Bijbel wel, maar die nommers van de kapittels, die kon ze nooit goed onthouden.

Oud-grootjes vingers, met de fijne rimpeltjes, doorbladerden langzaam 't groote boek, bij elke bladzij even nat getipt tegen de tong... „Da&r ?... Wacht 's even"... Neen, dat was van den verloren zoon ; dat was anders ook een mooie geschiedenis, die kon ze haast van buiten... daar had ze een schilderijtje van ook, dadr hing 't boven de kast. Je kon wel niet goed meer zien, wat er eigenlijk op stond, maar 't was toch van den verloren zoon.

Maar nu moest ze verder zoeken... „Pilatus, o ja. . . die had den steen voor 't graf van den Heere Jezus late legge. .. nog één bladzij ..." O, nou had ze het dubbel genomen.

Met eerbiedige aandacht vouwde ze de klevende bladen open . .. „Daar was 't, ja! Nou even kijken. .. O, Lukas 24"... Nou zou ze 't goed onthouden, welk nommer 't kapittel had. .. „Vierentwintig, ja!"

Als ze 't nou maar niet weer vergat. Ze nam

Sluiten