Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zicli zoo dikwijls 's morgens voor, van een mooie geschiedenis de plaats in den Bijbel te onthouden, vergat die toch weer... „Maar, Lukas 24, ja."

En aandachtig, met grooten eerbied in d'r oogen, haar zacht-bevende vinger bijwijzend elk woord, las ze, half harop:

,,En op den eersten dag der week, zeer vroeg iu

„den morgenstond, gingen ze naar het graf..."

Ze las het hoofdstuk ten einde, heel langzaam, maar heel ijverig, en dieper werd de blijde glans in haar oogen.

Oud-grootje had het mooie weer en de zingende vogels en haar spinnende poes en haar zonnig kamertje vergeten, — haar tweede kopje thee stond koud te worden op tafel; — voor oud-grootje's blijde oogen rees heerlijker tafereel! Ze zag de schitterende engelen, ze zag de vrouwen bukkende in 't donkere graf, voelde haar angst... maar dan zag ze ook den Heiland komen achter Maria, hoorde Zijn zachte stem; — dan brandde het achter oudgrootje's oogen, dan leefde er groote eerbied, maar nog grooter liefde en inniger verlangen op in haar hart.

Haar handen vouwden zich, haar lippen prevelden, maar woorden waren 't niet, die oud-grootje sprak...

Haar ziel bad in innige smeeking omhoog.

Haar Heiland leefde!... Hij kon de stamelende klanken wel verstaan, Hij begreep wel, wat daar was diep in oud-grootje's zondaarshart. . .

Ze had het geheele hoofdstuk gelezen — ook de geschiedenis van de Emmaüsgangers. En zooals soms een kind het mooie verhaal, dat moeder eens ver-

Sluiten