Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prikje van pijn geweest in haar blijdschap, een prikje, dat lang naschrijnde. . .

In stille tevredenheid sleet oud-grootje haar dagen. Ze had een vrij woninkje, ze kon van een paar spaarduitjes en niet haar bedeeling net rondkomen, als ze zuinig was. Ze was goed gezond, nog heel kras voor d'r jaren... Wat wou ze nog meer? De Heer zorgde voor haar, dat wist ze, en als Hij haar roepen zou, om alles, wat zij hier bezat vaarwel te zeggen, dan zou ze vertrouwend haai' oogen sluiten. . . Zij wist het: haar Yerlosser leefde.

Maar nu, dien zonnigen Paaschmorgen, dien morgen van blijdschap en dankbaarheid was daar toch weer dat pijnende prikje gekomen.

Straks ai, bij haar morgengebed in de bedstee, had zij reeds even gedacht aan dat ééne verdriet van d'r leven... 't Was maar een klein verdrietje en toch was 't, alsof de zon in haar kamertje verdonkerde, als ze er aan denken bleef, omdat dan de zonnige blijdschap versomberde in haar hart.

Oud-grootje draaide onrustig heen en weer op haar stoel.

„Ja, maar ze liet zich toch niet koeieneere, hoor . .. Vyf weken nou al. . . 't Was toch n schande, n oud mensch zóó te. . . ja, 't was verregaand.. . En ze zou nou toch 'es niet de minste zijn, lioor!. .^. Wat dachte ze wel?... Had ze dan niet altijd 't goeie met ze voor gehad? Ze was toch 'n oud mensch en nu in vijf weken niet bij haar te kouime... t Was... ja," hoe was 't mogelijk ?"...

Ze was opgestaan. Wat pijnde dat prikje. Wat zakte haar blijdschap nu vreemd weg. Ja, wel altijd

Sluiten