Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vijf kinderen had ze verloren, nu had ze er nog maar één, 'n dochter...

Hè !... daar prikte dat schrijnende verdriet weer...

Plots stortte een blijde, juichende muziek uit het hooge orgel over de wachtende kerkgangers heen. 't Was als een groote, jubelende vreugde, als de glorie van een overwinningslied: Het leven had den dood verwonnen, voor eeuwig...

Oud-grootje schrok op uit haar gepeins, luisterde naar de machtige muziek, zonder 't zelf te weten.

En in grooten eerbied sloot ze haar oogen. Er kwam schaamte in haar hart. Wat dacht ze toch ook telkens aan al die wereldsche dingen. . . Ach, Maria had slechts aan haar Heiland gedacht dien morgen, en zij?... Zij dacht maar telkens aan haar kleine verdriet eu aan nog zooveel andere dingen meer.

En oud-grootjes ziel bad om hulp, om grooter geloof en inniger vertrouwen.

Langzaam was ze ingedut in d'r hoekje... Haar hoofd, met de helder-witte muts, hing schuin op haar borst gezakt, haar onderlip viel ver vooruit, zacht reutelde haar adem. Lang had ze tegen die slaperigheid geworsteld, 't toch verloren.

Ze had, — zoover zij 't voor oud-grootje wel wat moeilijke gezang kende, — met haar trillende stem eerbiedig meêgezongen:

„Wees gegroet, gij eersteling der dagen, Morgen der verrijzenis!..x)

Ze had mêegebeden.

1) Gezang 209 :1.

Sluiten