Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om de lippen van den diaken speelde een vriendelijk lachje. Oud-grootje zag het en 't stelde haar hart gerust. Boos was die goeie meheer niet op d'r... Maar haar schaamte was er nog grooter om.

„Doe eerst die boosheid weg uit uw hart!" klonk 'fc plechtig en ernstig van den kansel. Oud-grootje verstond 't nu duidelijk en begreep 't ook... Ja, er was boosheid in haar hart. Hoe kon ze nu tot den Heer gaan op Paaschmorgen met een booze haatdragendheid in d'r hart?

Straks had ze 't ook al gehoord in dien vreemden droom. Ze had dan zeker toch maar half geslapen, dat ze de stem van den dominee nog had kunnen verstaan.

„Opoe, Opoe!".. . neen, dat riep nu niemand meer...

Lang nog beefde die schrik na door Oud-grootjes lijf, lang nog leefde het stille zelfverwijt in Oudgrootjes ziel.

Nou nog 't hoekje om, bij dien stal, en dan 't derde huis rechts, dan was ze er.

't Was voor Oud-grootje toch nog een heel eind geweest naar die buitenwijken.. . Even rustte ze, steunde op haar dikbuikige paraplu. Ja, 't was wel 't mooiste weer van de wereld, maar je kon nooit weten; daarom had ze 'm maar meegenomen.

Ze zag er toch wel een beetje tegenop, nou zoomaar in eens bij d'r dochter aan te komme... als je zoolang kwaje vrinde geweest ben, nou, da's niet makkelijk.

Toch — „Opoe, Opoe!" hoorde ze telkens vriendelijke stemmetjes fluisteren, al was er in 't Zoudagstille straatje niemand te zien... „Opoe, Opoe!"

Sluiten