Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze onderstelling zou die eisch geen zin hebben, want alleen de wedergeboorte bekwaamt den zondaar om zich tot God te bekeeren. Wie toch goed gereformeerd is, verklaart hij, erkent en belijdt dat noch de ouderlijke vermaning, noch de predicatie des Woords, noch de zondagsschool, noch ook de catechisatie op een mensch die nog geheel onwedergeboren in zijne naakte vijandschap tegenover God staat, ook maar iets vermogen.

Al deze leeringen zijn, volgens voorafgaande uiteenzetting, ODjuist en niet overeenkomende met de belijdenis en Doopformulieren der Gereformeerden.

Nadat deze dwaling van Dr. A. Kuyper voor den dag gekomen was en door rechtgeloovige Gereformeerden met afkeuring tegengestaan werd, hebben in den jare 1896 vier hoogleeraren aan de Theologische School der Gereformeerde Kerken, met name: M. Noordtzij, D. K. Wielenga, H. Bavinck en P. Biesterveld zich in eene brochure over zijne ongereformeerde leeringen uitgesproken ').

„Ten einde het vertrouwen te herstellen, de waar„heid en den vrede te bevorderen en alle broederen „saam te binden op den grondslag van Gods Woord", zijn zij in beginsel en hoofdzaak Dr. A. Kuyper bijgevallen.

Om hiertoe geleidelijk te geraken, hebben zij zich niet ingelaten met hetgeen de belijdenisschriften der Hervormde (Gereformeerde) Kerk en hare formulieren om den H. Doop te bedienen tot nu toe onveranderd dienaangaande leeren; doch zij hebben eerst in hoofdzaak verzekerd dat tot ongeveer het midden der 17e eeuw

1) Zie: „Opleiding en Theologie" 1896. bl. 75 — 80.

Sluiten