Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„HET LEKT HIEK."

(Juffrouw Donker en Tante zitten bij een tafel.)

J u ff r o u w.

Zoo, tante, wil je nu morgen al weer vertrekken?

Tante.

Ja, kind, liefst met den eersten trein.

J u ff r o u w.

Je bent hier nu al een week geweest en wij hebben er nog niets aan gehad. Maar zoo gaat het altijd met mij: ik heb nooit ergens wat aan. Alles loopt mij ook altijd tegen. Ik had er mij zooveel van voorgesteld, dat tante kwam, maar 't is al weer op niets uitgedraaid. Ik was er vooraf al bang voor.

Tante.

Ja, je hebt niet veel schik in 't leven, 't Spijt mij, dat ik het zien moet.

J u ff r o u w.

Beklaag mij nu niet, tante, want dan word ik woedend. Dat kan ik niet verdragen.

Tante {lachend).

Je moet ook niet denken, mijn kind, dat ik dit van plan was. O, hé, nee, zoo kwaad heb je 't nog niet.

J u ff r o u w.

Natuurlijk niet! 't Is maar. inbeelding van mij. Dat zegt mijn man, dat zegt mijn moeder en dat zegt mijn tante. Allemaal spannen jullie tegen mij samen, 'k Heb nog niet genoeg te tobben! Weineen, laad op maar, altijd maar meer!

Tante (opstaande).

Ik wou nog even naar je moeder om afscheid te nemen.

J u ff r o u w.

Dat is goed. Was Frits er nu maar weer, dar kon hij even mee gaan. Maar, neen, die laat weer op zich wachten. Ik zei

Sluiten