Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J uft'rouw.

Wel ja, tante ! Zoo'n onverbeterlijk schepsel ben ik, dat tante's woorden toch niet zouden baten! Ik voel het wel! Maar bet valt mij niet mee, dat mijn eigen tante zoo over mij denkt.

Tante.

Kom, nichtje, we willen niet tegen elkaar grommen. Maak je maar klaar, dan gaan we een oogenblik naar je moeder. Maar, . nee, je zult wel thuis moeten blijven om de naaister, nietwaar?

Juffrouw.

Wie blijft er nu thuis om een naaister? Als ik niet thuis ben, kan ze wachten ! Dat weet tante zelf ook wel. Maar ik voel het wel. Tante wil mij liever niet mee hebben.

Tante.

Nicht, nicht, wat ben je een raar kind!

Juffrouw.

Ziezoo, zeg 't mij maar recht uit. Dat is beter, dan er om toe te draaien. Nu weet ik ook, wat ik aan mijn tante heb. Heelemaal alleen sta ik in de wereld. Onze kleine Frans kan nog maar pas loopen en den heelen dag zit hij bij grootmoeder. Onze Lina zoodra ze uit school komt, naar grootmoeder ! Mijn man, als hij 't mij 's avonds maar even lappen kan, gauw naar grootmoeder. En nu tante ook al weer. Ik zeg, dat het een wonder is, dat ik niet gek word. Als ik niet zooveel verdragen kon, dan was ik ook al lang gek geweest.

Tante. \

Maar, nichtjelief, je tapt daar uit een heel verkeerd vaatje.

Juffrouw.

Natuurlijk! Hoe zou ik iets goed kunnen doen of zeggen ? Nu, maak maar gauw, dat tante bij mijn moeder komt, ik wil nu niet eens mee.

Tant e.

'k Wou maar even afscheid nemen. Ik kan toch zoo niet weggaan.

Juffrouw.

Nee, dat weet ik wel. Ga maar heen. Als tante nu bepaald morgen vertrekken wil, dan moet het nu wel. Maar anders, wat voor haast heeft tante, om zoo gauw weer naar huis te gaan ?

Sluiten