Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

N°. 3. Bezuiniging op het personeel van den hoogen raad en

de gerechtshoven 83

Nu. 4. Het doctoraat in de rechts- óf in de rechts- en staatswetenschap als voorwaarde voor het lidmaatschap van rechterlijke colleges. De instelling van administratieve kamers. Doctoren in de rechtswetenschap optredend in de burgerlijke en strafkamers, doctoren in de rechtsen staatswetenschap in de administratieve kamers ... 83

N°. 5. Vorming van administratieve kamers bij den hoogen raad

en de gerechtshoven zonder versterking van personeel 85

N°. 6. De administratieve kamers der rechtbanken. Alleenrechtspraak 86

§ 16. Financieel verband tusschen de administratieve rechtspraak en

de rechtspraak in ongevallenzaken 86

§ 17. Voordeelen der inlijving van den administratieven rechter bij de rechterlijke macht; financieele en ideëele:

N°. 1. Financieele voordeelen 87

N°. 2. Ideëele voordeelen 88

HOOFDSTUK IV.

Het proces. •

§18. Karakter van het proces. Onderzoek van eene klacht, niet van

eene vordering 89

§ 19. De algemeene en de betrekkelijke bevoegdheid des rechters •

N°. 1. Algemeene bevoegdheid 90

N°. 2. Betrekkelijke bevoegdheid 90

N°. 3. Afwijking van de gewone regels der bevoegdheid:

onderdrukking van instanties 91

| 20. De bevoegdheid, partij te zijn :

N°. 1. Klager en verdediger 92

N°. 2. Nadere bepaling van het begrip „belanghebbende" ... 94

| 21. Het bezit van subjectieve rechten als voorwaarde voor de bevoegdheid des klagers, partij te zijn :

N°. 1. De subjectieve rechten als grondslag der administratieve rechtspraak. Onvoldoende bescherming tegen administratief onrecht 95

N°. 2. Inconsequente uitbreiding van de bevoegdheid tot klachte 96

N°. 3. Onbepaaldheid van het stelsel 96

| 22. De bekwaamheid, partij te zijn 97

Sluiten