Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITEL IX.

Van de verwijzing van het rechtsgeding naar den onmiddellijk hoogeren rechter of den hoogen raad.

Artikel GO.

Indien de dag voor de behandeling van het rechtsgeding ter terechtzitting nog- niet is bepaald, kan, op verzoek van een© der partijen:

1°. de rechter van eersten aanleg het voor hem aanhangig rechtsgeding ter afdoening naar den hoogen raad of, indien deze niet de onmiddellijk hoogere rechter is, hetzij naar den hoogen raad, hetzij naar den rechter in hooger beroep verwijzen;

2°. de rechter in hooger beroep het voor hem aanhangig rechtsgeding ter afdoening naar den hoogen raad verwijzen.

Het verwezen rechtsgeding wordt hervat in den staat, waarin het zich ten tijde der verwijzing bevindt.

Artikel 61.

De rechter wijst het verzoek om verwijzing af:

1°. indien de kosten van het onderzoek ter terechtzitting, ten gevolge van de verwijzing, vermoedelijk hooger zullen zijn;

'2°. indien eene der partijen, ten gevolge van haar onvermogen of om eenige andere reden, vermoedelijk niet in staat zal zijn, de terechtzitting van den hoogeren rechter bij te wonen.

Artikel 62.

Ingeval van verwijzing zendt de griffier van den lageren rechter de processtukken, benevens een afschrift der uitspraak, onverwijld in ter griffie van den rechter, naar wien het rechtsgeding verwezen is.

Artikel 63.

Indien een in eersten aanleg aanhangig rechtsgeding naar een gerechtshof of den hoogen raad verwezen is., wordt het afgedaan overeenkomstig de voorschriften van den derden titel van liet Tweede Doek.

Indien een in hooger beroep aanhangig rechtsgeding naar den hoogen raad verwezen is, wordt het afgedaan overeenkomstig de voorschriften van den eersten titel van liet. Derde Boek.

Artikel 64.

hen verwezen rechtsgeding kan niet ten tweede male verwezen worden.

Ontw. Adm. Rechtspr. 2

Sluiten