Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeiien bepaalden termijn, een ander gerecht ter behandeling van het ingestelde beroep aan te wijzen.

Indien de klager binnen den bepaalden termijn aan de uitnoodiging gevolg geeft, doet de voorzitter het klaagschrift met de bijbehoorende stukken ter griffie van het aangewezen gerecht inzenden. Het aldus ingezonden klaagschrift wordt geacht op den dag der oorspronkelijke inzending ter griffie van het aangewezen gerecht ingezonden te zijn.

Artikel 93.

Indien het beroep niet is ingesteld overeenkomstig de voorschriften der artikelen 80 en 88, noodigt de voorzitter den klager uit, het gepleegd verzuim binnen eenen bepaalden termijn te herstellen, tenzij het beroep om andere redenen kennelijk niet-ontvankelijk is.

Artikel 94.

Indien liet beroep is ingesteld bij een kennelijk onbevoegd gerecht of indien het kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, kan, bij beschikking, het gerecht zich onbevoegd of het beroep niet-ontvankelijk of het aangevallen besluit of de aangevallen handeling of weigering wettig verklaren.

Indien artikel 92 of 93 toegepast is, beschikt het gerecht niet, voordat de door den voorzitter bepaalde termijn verstreken is.

Indien twee of meer beroepen gevoegd zijn, wordt de niet-ontvankelijkheid van liet beroep niet bij beschikking uitgesproken, tenzij het ten aanzien van alle klagers niet-ontvankelijk is.

Artikel 95.

Met toestemming van zijne medeleden kan de voorzitter van bet gerecht alleen de in het voorgaand artikel bedoelde beschikking wijzen.

I)e toestemming der medeleden wordt in de beschikking vermeld.

Artikel 96.

Tegen de beschikking, in artikel 94 bedoeld, kan de klager, binnen veertien dagen na den dag, waarop zij is gewezen verzet doen bij liet gerecht, dat, of welks voorzitter haar gewezen heeft.

Ten gevolge van dat verzet vervalt de beschikking, tenzij het verzet nietig verklaard wordt.

Artikel 97.

Het verzetschrift moet, op straiïe van nietigheid, onderteekend zijn.

Xamens den klager kan het verzetschrift door den burgemeester zijner woonplaats, door eenen gemeente-ambtenaar, door dien burgemeester daartoe aangewezen, of door eenen advocaat of procureur onderteekend worden.

Artikel 8? vindt overeenkomstige toepassing.

Sluiten