Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het geding wordt alsdan, zoo noodig, teruggebracht in den staat, waarin het zich bevond op het oogenblik, dat de voorzitter de artikelen 5)2 of 93 had behooren toe te passen.

De artikelen 92, 93, 94, 95, 96, 97 en 138 n°. 4 vinden voor dat geval overeenkomstige toepassing.

Artikel 180.

Indien liet gerecht bevindt, dat de behandeling van het rechtsgeding niet volledig geweest is, kan het gelasten, dat op eene daarbij aangewezen terechtzitting de behandeling wordt hervat.

Het arrest wijst aan de partijen, getuigen of deskundigen, van wie het verhoor, en omschrijft de bescheiden, waarvan de behandeling ter terechtzitting door het gerecht noodig wordt geacht.

De partijen, getuigen of deskundigen, wier verhoor gelast is, worden door den griffier opgeroepen en ten aanzien van de bescheiden, in het arrest omschreven, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 122.

Artikel 181.

In het geval, voorzien in het eerste lid van het voorgaand artikel, kan het gerecht, bij arrest, ook voorbereidend onderzoek gelasten met aanduiding van het onderwerp en daartoe de stukken stellen in handen van een der in artikel 103 vermelde ambtenaren of van deu voorzitter.

Het voorbereidend onderzoek geschiedt volgens de voorschriften van dezen titel.

De voorzitter draagt zorg, dat aan bedoeld bevel van het gerecht uitvoering gegeven wordt.

Artikel 182.

Na afloop van het voorbereidend onderzoek bepaalt de voorzitter, met inachtneming van artikel 122, den dag voor de hervatting der behandeling ter terechtzitting.

De griffier geeft van die dagbepaling aan de partijen kennis.

Artikel 183.

Indien liet gerecht liet beroep gegrond bevindt, verklaart het de aangevallen handeling of weigering of het aangevallen besluit geheel of ten deele onwettig.

Indien vormen geschonden zijn, spreekt het gerecht de onwettigheid niet uit, tenware zij op straffe van nietigheid voorgeschreven of hunne schennis op liet aangevallen besluit of de aangevallen handeling of weigering van invloed geweest kan zijn.

Artikel 184.

Indien het gerecht een besluit onwettig verklaart, veroordeelt het, met eerbiediging van het vrije goedvinden der administratie, den verdediger om te besluiten, hetgeen deze ingevolge liet publieke recht besluiten moet.

Sluiten