Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogen raad alleen de in het voorgaand artikel bedoelde beschikking wijzen.

De toestemming der medeleden wordt in de beschikking vermeld.

Artikel 235.

Tegen de beschikking, in artikel 233 bedoeld, kan de appellant, binnen veertien dagen na den dag, waarop zij is gewezen, verzet doen bij het gerecht, dat haar gewezen heeft.

Ten gevolge van dat verzet vervalt de beschikking, tenzij het verzet nietig verklaard wordt.

Het verzetschrift moet, op straffe van nietigheid, onderteekend zijn. De artikelen 223, lid 2, 22G, lid 2, en 227 vinden overeenkomstige toepassing.

Alvorens het gerecht een verzet nietig verklaart, stelt de voorzitter dengene, die verzet gedaan heeft, in de gelegenheid binnen eenen bepaalden termijn het gepleegd verzuim te herstellen.

legen nietigverklaring van het verzet staat geene hoogere voorziening open.

Artikel 236.

Indien een ingesteld beroep in cassatie niet bij beschikking afgedaan of eene beschikking ten gevolge van verzet vervallen is, doet de voorzitter zoo spoedig mogelijk de behandeling ter terechtzitting plaats hebben.

Alvorens de behandeling ter terechtzitting te doen plaats hebben, kan de ^ oorzitter een afschrift van liet door ieder der appellanten ingezonden beroepschrift in cassatie aan de andere partijen doen toekomen-

Artikel 237.

De partijen kunnen naar aanleiding van ieder haar toegezonden beroepschrift in cassatie, binnen veertien dagen na ontvangst van een afschrift, ter griffie van den hoogen raad een vertoogschrift indienen. De voorzitter kan dezen termijn op verzoek eener partij verlengen. V an het vertoogschrift van iedere partij doet de voorzitter zoo spoedig mogelijk een afschrift aan de andere partij toekomen.

De behandeling ter terechtzitting heeft in dit geval niet plaats, voordat de vertoogschriften ingediend of de termijnen voor hunne indiening verloopen zijn.

Artikel 238.

Op de behandeling in cassatie vinden, met uitzondering van de artikelen 100, 121, lid 2, 125 tot en met 134, de bepalingen van de derde, vijfde, zesde, zevende en achtste afdeeling van den derden titel van het Tweede Boek overeenkomstige toepassing, behoudens de navolgende afwijkingen:

1 . dat de voorzitter de te behandelen rechtsgedingen niet voordraagt; ,

Sluiten