Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. dat de voorzitter bij het bepalen van den dag voor de behandeling- van het beroep in cassatie ter terechtzitting, indien hem zulks wenschelijk voorkomt, een lid aanwijst, om aldaar als rapporteur op te treden, welke rapporteur alsdan zijn rapport uitbrengt onmiddellijk na den aanvang van het onderzoek;

•3°. dat de hooge raad recht doet op het bewijs, dat blijkens de aangevallen uitspraak, geleverd is, en, voor zoover betreft de schennis van vormen door eenen lageren rechter, op de stukken, waaruit dit verzuim blijken kan.

Artikel 239.

Xiet-ontvankelijk is het beroep in cassatie, ingesteld:

1°. na afloop van den daarvoor bepaalden termijn;

2°. door eenen appellant, onbevoegd beroep in cassatie in te stellen of onbekwaam in rechte te staan;

3°. door eenen vertegenwoordiger of gemachtigde, niet bevoegd voorden appellant op te treden;

4°. met veronachtzaming van eenig voorschrift der artikelen 220 of 228, tenzij het verzuim overeenkomstig artikel 232 tijdig hersteld wordt.

Artikel 240.

De hooge raad beraadslaagt en beslist, overeenkomstig de voorschriften der artikelen 11 5, 1 < 6 en 11 7.

Artikel 241.

Alvorens de gegrondheid van het beroep in cassatie te onderzoeken, gaat de hooge raad na, of het beroep in cassatie ontvankelijk is. & Indien hij bevindt, dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk is, verklaart hij het niet-ontvankelijk.

Artikel 242.

Indien de hooge raad bevindt, dat de voorzitter artikel 232 niet toegepast heeft, doet hij alsnog, wat de voorzitter had behooren te doen.

Het geding wordt alsdan, zoo noodig, teruggebracht 111 den staat, waarin het zich bevond op liet oogenblik, dat de voorzitter artikel 232

had behooren toe te passen.

De artikelen 232, 233, 234, 235 en 239 n°. 4 vinden voor dat geval

overeenkomstige toepassing.

Artikel 243.

De hooge raad bevestigt de uitspraak van den rechter van lioogsten aanleg, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met geheele of gedeeltelijke vernietiging- daarvan, hetgeen de lagere rechter had behooren te doen.

Sluiten