Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De regeling van de administratieve rechtspraak vordert meer dan ééne wet. Behalve eene wet op die rechtspraak zelve -— in het betrekkelijk ontwerp Wetboek van administratieve rechtsvordering genoemd (Ontw. I) moest eene wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie worden ontworpen (Ontw. II). De beperking van het ledental van de kamers der hoogere gerechten, de vorming van administratieve kamers, de invoering eener leeftijdsgrens voor het rechterlijk personeel en nog tal van andere veranderingen in de bestaande rechterlijke organisatie, met de invoering der administratieve rechtspraak nauw samenhangend, waren toch alleen door eene herziening dier wet te bereiken. Dan leidt, de invoering dezer rechtspraak, gelijk zal blijken, tot verhooging' van de salarissen der rechterlijke ambtenaren, tot wijziging van de samenstelling der gerechten en tot gedeeltelijke herziening hunner classificatie. In een ontwerp van eene nieuwe wet op de samenstelling der gerechten en de wedden van het rechterlijk personeel zijn deze veranderingen neergelegd (Ontw. III). Vervolgens dienen — de invoering der administratieve rechtspraak noopt daartoe — de griffiersemolumenten te worden afgeschaft; ook deze materie eisclit een zelfstandig ontwerp (Ontw. IV). Verder moet de rechtspraak in ongevallenzaken opnieuw geregeld worden; een ontwerp van eene nieuwe Be roepswet zal dus saamgesteld moeten worden (Ontw. \ ). En eindelijk zullen in het ontwerp eener Invoeringswet (Ontw. VI) de verschillende kleinere wijzigingen worden vereenigd, die, behalve de genoemde, nog tal van andere w.etten in verband met de invoering der administratieve rechtspraak behooren te ondergaan.

De drie eerste ontwerpen vormen een afgerond geheel, voor zelfstandige behandeling vatbaar. Hunne indiening behoefde dus niet te worden uitgesteld, totdat ook de voorbereiding der overige wetsvoordracliten haar beslag gekregen had.

HOOFDSTUK I.

De grondslagen der administratieve rechtspraak.

§ 1. Doel der administratieve rechtspraak.

De Overheid is binnen haren kring de hoogste macht in den Staat. Eiken tegenstand, haar geboden, vermag zij neer te werpen; eiken dwang, haar aangedaan, desnoods met geweld, te breken. Dwang ïot doen of niet doen is derhalve ten aanzien der ()verlieid uitgesloten. Eigenlijke rechten, bevoegdheden, waarvan de eerbiediging kan worden afgedwongen, kan niemand tegen de Overheid, als zoodanig, bezitten.

Evenwel, deze hoogheid van het overheidsgezag sluit rechtspraak niet uit, want de Overheid streeft naar gerechtigheid. Dat leert het privaatrecht. Burgerlijke rechten, die de Overheid bezit, Oefent zij, ingeval van tegenstand, niet dan krachtens rechterlijk vonnis; zij pleegt geen eigenrichting. En aan een burgerrechtelijk onnis, dat haar veroordeelt, voldoet de Overheid zonder tegenstreven.

Sluiten