Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet vraagstuk dezer vergoedingen in dit ontwerp, dat liet ontwerp eener proceswet is, als het ware terloops af te doen. Daarvoor is het te ingewikkeld en te ingrijpend. Principieel is het bovendien liier te lande nauwelijks aan de orde gesteld.

In een enkel opzicht echter brengt het ontwerp materieel verbetering. Het bepaalt, dat verlies 'of beschadiging van goederen, door onwettige handelingen van organen van openbaar gezag veroorzaakt, aan den rechthebbende moet worden vergoed. De schadeloosstelling is verschuldigd door den Staat, die of door het openbare lichaam, dat door het handelend orgaan vertegenwoordigd werd.

De billijkheid dezer aanspraak op vergoeding kan bezwaarlijk ontkend worden. De eisclien, die de erkenning van deze aanspraak aan de schatkist zal stellen, kunnen ook nimmer zwaar zijn; zij mogen daarom te minder een voorwendsel wezen, 0111 eene onbillijkheid te laten voortbestaan. Zonder de gelijktijdige erkenning van zulk eene aanspraak zou bovendien de invoering der administratieve rechtspraak voor een goed deel slechts theoretische waarde hebben. In art. 13 Ontwerp werd daarom eene bepaling van die strekking opgenomen.

Daaraan sluit zich een ander voorschrift, eveneens onontbeerlijk, dat eigenlijk slechts codificeert, wat reeds rechtens is: naar publiek recht onverschuldigd betaalde gelden moeten worden teruggegeven (art. 14 Ontw.) Yooral met het oog op de onwettigverklaring van besluiten of de vernietiging van administratieve vonnissen, uit kracht waarvan betaling is geschied, is deze bepaling- van belang. Hetgeen ter voldoening aan het onwettig verklaard besluit of de vernietigde uitspraak is betaald, kan nu op grond van het uitdrukkelijke voorschrift van art. 14 Ontwerp teruggevorderd worden.

ยง 5. Vervolg. Besluiten en handelingen, tot tenuitvoerlegging van onwettig verklaarde besluiten genomen of verricht.

Door den rechter onwettig verklaarde besluiten kunnen reeds zijn uitgevoerd. Er kunnen besluiten ter uitvoering zijn genomen; er kunnen handelingen ter uitvoering zijn verricht. Met de onwettigverklaring ontvalt aan de tenuitvoerlegging haar grondslag. De uitvoeringsbesluiten en uitvoeringshandelingen blijken nu onwettig te zijn. De uitvoeringsbesluiten moeten dus worden ingetrokken. Schade, door de uitvoeringshandelingen aan goederen toegebracht, moet aan de rechthebbenden worden vergoed. Gelden, ter voldoening aan onwettig verklaarde besluiten betaald, moeten worden teruggegeven.

Wat de beide laatste gevolgen betreft, zij vloeien reeds voort uit de algemeene verplichting tot vergoeding en restitutie, in de artt. 13 en 14 Ontw. uitgesproken. Schade, door onwettige uitvoeringshandelingen aan goederen toegebracht, is toch schade, door onwettige handelingen berokkend. Tenzij men de aanspraak op vergoeding wegens onwettige uitvoeringshandelingen over de algemeene grens van art. 13 Ontw. zou willen doen reiken, bestaat er hier dus geen behoefte aan eene bijzondere bepaling. En gelden, ter voldoening aan een onwettig verklaard besluit voldaan, zijn onverschuldigd betaald. Een bijzonder

Sluiten