Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillend van die der burgerlijke en der strafrechtspraak. Zij kan daarom niet aan de tegenwoordige kamers voor burgerlijke en straizaken worden opgedragen. Naast de bestaande kamers der rechterlijke colleges moeten nieuwe worden opgericht, enkel voor de afdoening van administratieve zaken bestemd. En daar de rechtspraak m (leze zaken bii den rechter andere kundigheden veronderstelt dan de handhaving van het burgerlijk of het strafrecht vordert, zullen de leden dezer nieuwe kamers (behoudens uitzonderingen, waarover later) dus niet, zooals die der burgerlijke of strafkamers, enkel doctoren m de rechtswetenschap, maar tevens doctoren in de staatswetenschap moeten wezen Want het ware verkeerd, de administratieve kamers ook open te steilen voor hen, die enkel het doctoraat in de staatswetenschap behaalden. Meer dan dubieus mag liet toch lieeten, of deze enkel o-eoradueerden zooveel vertrouwdheid met liet privaat- en strafrecht bezitten, als voor de goede handhaving van het publieke recht noodig zal blijken. En in alle geval plegen zij, na afloop hunner academische studiën, zich nimmer eenen werkkring te kiezen, die hen voor de practijk van het rechterambt voorbereidt. Zonder gerechtvaardige e verwachtingen teleur te stellen, kan de wet dus doen, wat het belang der rechtspraak vordert: deze trouwens uiterst kleine categorie van gediplomeerden den toegang tot de rechterlijke macht weigeren

Doctoren in de rechts- en staatswetenschap zullen de administratieve kamers bezetten. Het bezit van het enkel doctoraat m de rechtswetenschap kan dientengevolge niet langer als eemg bekwaamheidsvereischte voor het lidmaatschap der rechterlijke colleges gehandhaafd blijven. In overeenstemming met de voorwaarden, voor de indeeling m de kamers gesteld, bepaalt het ontwerp (E. 0.) II dan ook dat de leden der rechterlijke colleges voortaan of doctoren in de rechtswetenschap of doctoren in de rechts- en staatswetenschap moeten wezen. Zoo erlangt de Kroon de bevoegdheid, naar den eisch der omstandigheden, o-egradueerden te benoemen van de soort, als een college van noode heeft Dat is voldoende. Of zou men, naar het volmaakte strevend, het lidmaatschap der rechterlijke colleges soms onvoorwaardelijk aan het bezit van eenen dubbelen graad willen binden.

Gewis, de leden van een college zouden dan alle zoowel administratieve als in de burgerlijke of strafkamer ^gedeeld kunnen worden. Een dubbele graad is echter kostbaar. Menigeen van vooitr ettelijken aanleg staakt,; om financieele redenen, zijne academische studiën na het behalen van het doctoraat in de rechtswetenschap .En slechte politiek moet het heeten, uitnemende krachten, die zich vooi den staatsdienst beschikbaar willen stellen, financieele beletselen m den weg te leggen. Het getal der dubbel gegradueerden is trouwens o-erino- en zal nog lang gering blijven. En wat ten slotte alles afdoe voor zoover de deugdelijkheid der rechtspraak betreft, is de dubbele graad, als absolute voorwaarde voor het lidmaatschap der rechterlijk

1U Er moethecht gesproken worden door rechters, voor huil taak berekend Meer kan men niet wenschen. Welnu de ontworpen regeling waarborgt de vervulling van dien wenscli, al neemt zij ook zoowel

Sluiten