Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk liet burgerlijk, de beslissing over eene vordering, maar liet onderzoek van eene klacht zijn.

§ 19. De algemeene en de betrekkelijke bevoegdheid des rechters.

No. 1. Algemeene bevoegdheid.

De voorgestelde reorganisatie der rechterlijke macht geeft eenen administratieven lageren, hoogeren en cassatierechter: de rechtbank, liet hof en den lioogen raad. Daarmede zijn de rechters aanwezig, die eene rechtspraak in twee instanties, onder toezicht van een opperste gerechtshof, eischt. Yg. § 12 hiervoor. De rechtbank is rechter in eersten aanleg, het hof in hooger beroep, de hooge raad in cassatie. Slechts in zoover worden deze grenzen van de algemeene bevoegdheid der rechter-klassen doorbroken, als het hof zonder hooger beroep ook in eersten aanleg zal recht doen op het beroep, ingesteld tegen in administratief appèl genomen besluiten. Vg. § 12 hiervoor en artt. 59b, 70 en 71. Ontw. (R. O.) II ©n art. 95 R. O. oud.

No. 2. Betrekkelijke bevoegdheid.

Zoo eenvoudig als de regeling is der algemeene competentie, zoo weinig ingewikkeld is ook die van de betrekkelijke bevoegdheid. A oor zoover de rechtspraak in cassatie en in hooger beroep betreft, spreekt dat van zelf. Er is maar één cassatierechter en ieder hof is de aangewezen appèlrechter voor alle appellabele zaken, door de rechtbanken van zijn ressort in eersten aanleg beslist. Yg. art. 71 Ontw. II.

Maar naar welk criterium wordt de rechtspraak in eersten aanleg tusschen de verschillende rechters, de rechtbanken en de hoven verdeeld ? Het ontwerp koos als kenmerk den zetel van het administratief orgaan, welks besluit., handeling of weigering wordt aangevallen. Het beroep tegen besluiten, handelingen of weigeringen van een administratief orgaan staat dus in eersten aanleg ter kennisneming van dien absoluut bevoegden rechter, binnen wiens rechtsgebied dat orgaan gevestigd is. Dit is het algemeene beginsel, dat aan den eersten titel van het Tweede Boek ten grondslag ligt (art. 74, lid 1, Ontw.).

D© arbeid, dien de administratieve rechtspraak medebrengt, dient zooveel mogelijk gelijkmatig tusschen de colleges van éénzelfde soort verdeeld te zijn. De werkkracht der rechters wordt dan zoo oeconomisch mogelijk benut. Nu zijn de voornaamste administratieve appèl-instanties zeer onregelmatig over het land verspreid; hier zijn er veel, daar weinig. Men denke slechts aan de Kroon en hare Ministers! Indien de zetel van het orgaan, welks besluit wordt aangevallen, voor 's rechters betrekkelijke bevoegdheid altijd beslissend was, zouden derhalve de hoven, in wier rechtsgebied de belangrijkste administratieve appèlinstanties zetelden, met werk overladen worden.

Art. 70 Ontw. bepaalt daarom, dat tegen besluiten, in administratief appèl genomen, beroep wordt ingesteld bij liet gerechtshof, binnen

Sluiten