Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten antwoorden, zal liij de verwijzing- weigeren of toestaan.

Slechts in twee gevallen sluit een gebiedend voorschrift verwijzing onvoorwaardelijk uit (art. 61 Ontw. I). In de eerste plaats als de verwijzing van de zaak naar eenen hoogeren rechter de kosten van het onderzoek ter terechtzitting vermoedelijk zou doen stijgen. Het gaat toch niet aan, ter wille eener partij, die op spoed gesteld is, de overige partijen en het Rijk op kosten te jagen. Doorgaans zal dus alleen verwijzing mogelijk zijn van gedingen, waarin getuigen en deskundigen ter terechtzitting geen rol van beteekenis spelen. Vervolgens is de rechter nog in een tweede geval gebonden. Nimmer mag een partij belet worden, zelve voor den rechter haar standpunt uiteen te komen zetten. De verwijzing moet daarom ook altijd van de hand gewezen worden, als een der partijen, b.v. ten gevolge van onvermogen, vermoedelijk buiten staat zal wezen, ter terechtzitting van den hoogeren rechter te verschijnen.

Verwijzing geschiedt in het belang der partijen en bijgevolg slechts op haai* verzoek (art. 60 Ontw. I). Maar bindt het stilzitten der partijen den rechter, hij is aan den anderen kant vrij, de verwijzing te weigeren, ook al wordt zij door alle partijen gevraagd. Het gehalte der uitspraak mag toch niet aan den wensch naar bespoediging worden opgeofferd». Vg. art. 60 Ontw. I (kan).

Eenmaal venvezen, warden de rechtsgedingen door den hoogeren rechter hervat in den staat, waarin zij zich ten tijde der verwijzing bevonden. Zij worden verder door hem afgedaan op dezelfde wijze, als zij zouden behandeld zijn door den rechter, die ze verwezen heeft. Zaken in eersten aanleg- worden dus, ook na de verwijzing, als zaken in eersten aanleg; zaken in honger beroep, ook na de verwijzing, als zaken in hooger beroep voortgezet. Verwijzing doet dus, strikt genomen, geene lagere instanties voorbijgaan; integendeel, zij schuift enkel de lagere instantie naar den hoogeren rechter op. Maar, omdat deze, al na ar hij de liooge raad of een gerechtshof is, öf zonder appèl en zonder cassatie öf enkel behoudens cassatie recht doet, is de uitspraak, die na verwijzing valt öf onaantastbaar öf enkel cassabel. Verwijzing

sluit daarop komt ten slotte alles neer — de aanwending van een

of twee rechtsmiddelen uit. Vg'. art. 63 Ontw. I; artt. 10, lid 2, en 93a Ontw. (R. O.) II.

§ 20. De bevoegdheid, partij te zijn.

No. 1. Klager en verdediger.

In de staalgemeenschap bestaan verschillende belangen. Zij vallen in twee groepen: de belangen der personen, natuurlijke zoowel als rechtspersonen (burgerlijke of openbare), en de belangen der < (verheid. De eerste zou men de individueele kunnen noemen; de Overheid laat ze ter behartiging over aan den persoon, het pliysieke of juridiekë individu. De andere zijn de algemeene; om hunne algemeenheid is de Overheid niet de zorg er voor belast. De overheidstaak is verder

Sluiten