Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen verschillende organen van openbaar gezag verdeeld. Dientengevolge kan men drie soorten van belangen onderscheiden:

1°. de overheidsbelangen van het orgaan, dat handelt;

2°. de bijzondere overheidsbelangen van ander© organen van openbaar gezag, d. z. de overheidsbelangen, met uitsluiting van het handelend orgaan, aan andere organen ter behartiging opgedragen;

3°. de individueels of persoonlijke belangen.

Overal, waar een orgaan van openbaar gezag- als zoodanig optreedt, kan het dus ingrijpen in twee vreemde belangensferen, in individueele belangen van personen en in bijzondere overheidsbelangen, van andere organen van openbaar gezag. Die inbreuken moeten worden geduld, voor zoovei' zij plaats hebben overeenkomstig het publieke recht. Onwettige inbreuken daarentegen ziju ongeoorloofd: zij vormen overtredingen van het publiek recht, wier volkomen onderdrukking de administratieve rechtspraak moet verzekeren.

De bescherming tegen onwettigheid behoeft niet verder te worden uitgebreid, dan de belanghebbenden zelf beg-eeren. De wet geeft dus, wat zij geven moet, als de personen, die hunne persoonlijke belangen of de organen van openbaar gezag, die hunne bijzondere overheidsbelangen onwettig geschonden achten, bevoegd worden verklaard bij den administratieven rechter eene klacht in te dienen. Met minder zou de wet echter niet kunnen volstaan, tenzij zij de administratieve rechtspraak haar doel zon willen doen missen. Werd de kring van tot klacht© bevoegden enger getrokken, menige onwettige verkortingvan vreemde belangen, menige wets schennis zou immers aan 's rechters controle kunnen ontsnappen.

In dezen zin is de bevoegdheid tot klaclite in art 15 Ontw. geregeld. Maar het gaat niet aan, de belanghebbenden enkel de bevoegdheid tot klacht© te verleenen,. Ongetwijfeld, de rechter zon de controle op de wettigheid van overheidsbepalingen zéér wel alleen kunnen uitoefenen. Zal zijne uitspraak evenwel volkomen vertrouwen genieten èn bij het administratief orgaan, dat van wetsschennis beticht wordt, èn bij den belanghebbende, die de betichting uit, dan moeten beiden voor den rechter hun wederzijdsch standpunt kunnen uiteenzetten.

Daarom maakt het Ontwerp dengene, die beroep heeft ingesteld, en het administratief orgaan, tegen welks besluit, handeling of weigering het beroep is gericht, tot partij in het rechtsgeding, door het beroep aanhangig geworden. Ter onderscheiding van het administratief orgaan, dat wordt aangevallen en daarom verdediger heet, wordt liij die beroep instelt, klager genoemd (art. 17 n°. 1 en 2 Ontw.).

Het recht tot klacht© en in verband daarmee d© bevoegdheid,, als klag-er op te treden, wordt enkel aan onmiddellijk belanghebbenden verleend. Gewis, rechtstreeksche inbreuken op een zeker belang werken doorgaans middellijk op nog andere belangen terug. Ieder belang hangt met meer of minder talrijke andere belangen samen. Als A in strijd met de wet te hoog in eenige belasting wordt aangeslagen, kan ook li, zijn schuldeisclier, schade lijden. Gevaarlijk en overbodig tevens

Sluiten