Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ware he>t echter, ook voor middellijk belanghebbenden den rechtsweg te openen. Overbodig, omdat waar de onmiddellijk belanghebbende stilzit, de onwettige belangenschennis de moeite en den last van een proces wel niet waard zal zijn. Gevaarlijk, omdat de belangen van den een meestal met zoovele belangen van zoovele anderen in verband staan, dat, waar één belang geschonden wordt, liet aantal middellijk belanghebbenden dikwijls legio is.

No. 2. Nadere bepaling van liet begrip „belanghebbende".

Het beroep, door een niet onmiddellijk belanghebbende ingediend, is niet ontvankelijk (art. 138 n°. 2 Ontw.). In elk bijzonder geval zal de rechter dus in verband met de feiten en de- toepasselijke wetsbepalingen hebben uit te maken, of de klager inderdaad bij de gewraakte wetsscliennis onmiddellijk belang heeft. De taak, die dientengevolge op den rechter rust, kan zeer zwaar zijn. Ten einde haar te verlichten, omschrijft het ontwerp daarom liet begrip onmiddellijk belanghebbende, voor zoover zulks goedschiks mogelijk is. Zoo- wordt bepaald, dat wat in administratief beroep genomen besluiten betreft — de rechter zal namelijk, indien administratief beroep openstaat, alleen over in hoogste administratief beroep g-enomen besluiten ooixleelen (art. 142 Ontw.) -- zij die bevoegd waren administratief beroep in te stellen, geacht worden onmiddellijk belanghebbenden te zijn (art. 16 Ontw.).

Waar twee organen van openbaar gezag in de relatie staan van eerste tot tweede administratieve instantie, of waar het. eene orgaan volkomen ondergeschikt is aan het andere, eenvoudig de bevelen van liet andere heeft, na te komen, is het eene orgaan onbevoegd, tegen besluiten of handelingen van het andere beroep in te stellen. Beide behartigen dezelfde belangen; het eene orgaan bezit geene bijzondere belangen, onderscheiden van die van het andere (art. 15 n°. 2 Ontw.: bijzondere belangen).

Daarentegen bestaat er wel degelijk onderscheid tusschen de belang-en, toevertrouwd aan de zorg van een orgaan, welks besluiten wegens strijd niet de wet of het algemeen belang kunnen worden vernietigd, en tusschen de belangen, met wier waarneming het tot vernietiging bevoegd orgaan is belast. Het lagere orgaan behartigt hier plaatselijke belangen, het hoogere die van het centraal gezag'. Het lagere orgaan, welks besluit door een liooger wordt vernietigd, kan daarom bij den administratieven rechter tegen die vernietiging opkomen. Daarom zou ook, indien de wet het niet belette, het hooger orgaan bij den administratieven rechter over met de wet strijdende besluiten van het lagere kunnen klagen.

De wet moet hier namelijk het hoogere orgaan den weg naar den administratieven rechter afsnijden. Niet, omdat het hooger orgaan niet een bijzonder belang zou hebben, onderscheiden van het belang van liet lagere orgaan. Maar omdat de bevoegdheid tot vernietiging, aan het hooger orgaan toekomend, paraat executabel is; zij kan en zij moet - zoo eisclit het publieke recht — door de administratie zelve,

Sluiten