Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder 's rechters hulp, geoefend worden. Tei einde zich voor liet gevaar te dekken, dat zijn vernietigingsbeslnit door den rechter vernietigd werd, zou een hooger administratief orgaan echter wel eens,, in plaats van zelf te vernietigen, aan den administratieven rechter de onwettigverklaring van een met de wet strijdend besluit kunnen wagen. Dat misbruik wil het ontwerp voorkomen. Om die reden werd de verbodsbepaling van art. 15, lid 2, opgenomen.

Op soortgelijke overwegingen steunt het voorschrift van art. 15, lid 3, Ontw.

Ten slotte nog ééne opmerking. Het ontwerp geeft eenen algemeenen regel omtrent de bevoegdheid tot klaekte. In speciale g'evallen kan eene andere regeling geraden zijn. Dan zal de betrekkelijke wet den algemeenen regel doorbreken. Voorbeelden van zulke uitzonderingen bevatten bijv. de artt. 36 vv. en 112 vv. Kieswet en de artt. 79, lid 2, en 80 Ongevallenwet 1901.

§ 21. Het bezit van subjectieve rechten als voorwaarde voor de bevoegdheid des Jclayers, partij te zijn.

No. 1. De subjectieve rechten als grondslag der administratieve rechtspraak. Onvoldoende bescherming tegen administratief onrecht.

Moet de bevoegdheid tot klachte niet enkel gegeven worden aan hen, wier subjectief recht geschonden is? Er is eene school, die aldus leert; zij denkt zich de administratieve rechtspraak als handhaving van subjectieve rechten en laat dus alleen den subjectief-rechthebbende als klager in de rechtzaal toe. Of liever, dat zou zij moeten doen, als zij voet bij stuk hield.

"V oor zoover de weigering van een administratief orgaan betreft, eene handeling te verrichten of een besluit te nemen, is liet subjectieve recht als grondslag van het administratief proces niet ten eenenmale onbruikbaar. W aai' de Overheid tot handelen gehouden is, kan ten minste in zekere gevallen niet zonder eenigen schijn van juistheid beweerd worden, dat er ten behoeve \\.,n eenen bepaalden peisoon een aanspraak op dat handelen, een — zij het ook bijzonder geaard subjectief recht bestaat. Men denke slechts aan de z.g.n. publiekrechtelijke geldvorderingen ten laste van den Staat! In zulke gevallen kan de rechterlijke controle op het administratief onrecht, op fle weigering der Overheid hare verplichting tot betaling te vervullen, ongetwijfeld als handhaving van subjectieve aanspraken geconstrueerd worden.

' 'f nu altijd als de Overheid tot handelen of besluiten verplicht is, het bestaan van een dergelijke subjectieve aanspraak kan worden beweerd, blijve hier in 't midden. De weigeringen van de Overheid vormen namelijk slechts een zeer gering percentage van de gevallen, w aann zij de wet schendt. Hij na steeds overschrijdt zij de perken der et, doordat zij een haar toekomende bevoeg'dheid niet overeenkomstig de wet uitoefent. En is dan rechtspraak op verzoek van eenen subjectief-

Sluiten