Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AA aartoe leidt dan de uitbreiding van de bevoegdheid tot, klacht© ? lot administratieve rechtspraak enkel daar, waar (le Overheid, de wet overtredend, iemand dwingt, krijgsdienst te doen, een huis af te breken, een weg te herstellen, in één woord iemand tot doen verplicht. Maar administratieve rechtspraak, bescherming tegen administratief onrecht,, iJ t eeii vrome wensch in de duizenderlei gevallen, waarin de Overheid macht oefent, zonder het individu eenige verplichting tot doen op te leggen, als zij in strijd met de wet vergunningen verleent, in strijd met de wet iemand op de kiezerslijst brengt of in strijd met (lp tv et een besluit van een lager orgaan vernietigt.

Moet dan verplichting soms als verplichting tot dulden verstaan worden ? Aldus opgevat, is de formule echter de onbepaaldheid zelve. Het publieke recht legt immers iedereen de verplichting op, de daden der Overheid te eerbiedigen, te dulden. Telkens, als de Overheid het publieke recht schond, behoorde dus iedereen — de. niet belanghebbende zelfs incluis tot de groep van uitverkorenen, voor wie de deuren der rechtzaal wagenwijd openstonden.

Een administratieve rechtspraak, goed geregeld, moet bescherming verIeenen tegen ieder administratief onrecht; zij moet tevens die bescherming verleenen aan ieder, die daarop redelijkerwijze aanspraak ïeeft. Als handhaving van zgn. subjectieve rechten opgevat, doet de administratieve rechtspraak, zelfs buiten haren natuurlijken grondslag uitgebreid, nocli hei een, noch het ander; zij houdt althans zeker niet de juiste maat. Niet zonder reden heeft het ontwerp daarom de subjectieve aanspraken als basis van het administratief geding verworpen.

§ 22. De bekwaamheid, partij te zijn.

Ieder, die ingevolge de artt, 15 en 17 bevoegd is, als partij op te treden, is daarom nog niet bekwaam, als partij in rechte te staan Voor zoover de personen betreft, ligt, dit voor de hand. Minderjarigen, onder curateele gestelden enz. zijn tot procedeeren onbekwaam. "Voor .ii tre< Pn1 wettelijke vertegenwoordigers op. En alle rechtspersonen missen de bekwaamheid tot handelen. Zij worden door hunne vertegenwoordigers vervangen.

AA ie nu een _ wettel ijken vertegenwoordiger behoeven en wie de bevoegdheid bezitten, als vertegenwoordiger voor een ander in rechte op te treden, laat het ontwerp door liet burgerlijk recht beslissen. Het volgt daarmede het voorbeeld, reeds door de Beroepswet gegeven (art. 54). In art, 21 Ontw. wordt het gezag van het burgerlijk recht ten deze erkend. Ten aanzien van de gehuwde vrouw wordt evenwel eene uitzondering gemaakt. Voor de onderlinge verzekeringsmaatschappij wordt, bovendien een twijfelachtig punt beslist.

Behalve personen, zijn ook organen van openbaar gezag als zoodanig bevoegd, de rol van klager of verdediger in een administratief geding op zich te nemen. Die bevoegdheid ontleenen zij aan hunne eigenschap van dragers van overheidsgezag. Daar ieder, die met overheidsgezag is bekleed, geacht mag worden handelingsbekwaam te zijn,

Ontw. Adm. Rechtspr.

Sluiten