Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan hier derhalve van eigenlijke onbekwaamheid tot procedeeren nimmer sprake zijn.

Maar organen van openbaar gezag zijn dikwijls, colleges. Het ware omslachtig, die colleges in hun geheel voor den administratieven rechter te doen optreden. Aan den president draagt het ontwerp daarom op, het college voor den rechter te vertegenwoordigen. Zijn positie maakt hem toch tot den aangewezen vertegenwoordiger in rechte (art. 20 Ontw.). Met het geval, dat deze veronderstelling faalt, rekent het ontwerp door den regel niet absoluut te maken. Aan de colleges is namelijk de bevoegdheid voorbehouden, een ander lid met hunne vertegenwoordiging in rechte te belasten.

De vertegenwoordigers, die openbare lichamen als rechtspersonen hebben, zijn tegelijk dragers van openbaar gezag. Zoo is bijv. de burgemeester vertegenwoordiger van de gemeente als rechtspersoon en tevens, ingevolge art. 20 Ontw., vertegenwoordiger van het gemeentebestuur als overheidsorgaan. Organen van openbaar gezag, als een burgemeester, kunnen dus in twee qualiteiten optreden. Naarmate zij nu in de eene of de andere hoedanigheid aan het proces deelnemen, zal hun optreden naar art. 20 of naar art, 21 Ontw. beoordeeld moeten worden.

§ 23. De beginselen van procesrecht.

De rechter onderzoekt alleen, als eene klacht bij hem wordt ingediend. En hij onderzoekt alleen het onderwerp der klacht, d. ï. liet besluit, de handeling of de weigering der administratie, waartegen de klacht gericht is. Mits hij slechts zorgt, enkel recht te spreken over dit onderwerp, is hij voor het overige niet aan de vorderingen der partijen gebonden. Dit is het beginsel der z.g. relatieve ongebondenheid des rechters. Yg. § 18 hiervoor. Het bepaalt den omvang van srech-

Welke regels beheerschen nu de vervulling dier taak i Daarop geven de vier hieronder volgende beginselen van procesrecht antwoord.

1°. De rechter leidt het proces.

2°. Hij beslist niet, dan nadat de partijen in de gelegenheid zijn geweest, mondeling haar standpunt voor hem uiteen te zetten.

3°. Hij beslist op bewijs, ter openbare terechtzitting geleverd.

4°. Hij beslist naar vrije overtuiging.

Eerste beginsel.

Het administratief geding is bestemd, de eerbiediging van het publieke recht door de Overheid te waarborgen. Het staatsbelang is daarbij ten nauwste betrokken. Daarom oordeelt de rechtei, on8e 011 den door de vordering des klagers, over het onderwerp der klacht. En daarom bepaalt hij ook den loop van het proces, dat met liet indienen eener klacht is aangevangen. Vermochten de partijen door hare han-

Sluiten