Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delingen of door haar stilzitten den gang van een geding te regelen, zij konden de uitspraak tot in liet oneindige verschuiven.

Om die reden verplicht het ontwerp den rechter, nadat het proces eenmaal is begonnen, alles te. doen wat noodig is, opdat eene juiste, uitspraak zoo spoedig mogelijk worde geveld. Zoo is o,a. de zorg' voor de bewijsvoering aan den rechter opgedragen (artt. 100 vv. en 126 vv. Ont-w.). En of de partijen verstek laten gaan, is daarom ook volmaakt onverschillig; of de klager afstand doet van zijne klacht, is daarom eveneens - behoudens eene uitzondering — zonder beteekenis (art, 100 Ontw.). De rechter, niet de partijen, is meester van liet- iredina' Afd. 1—3, Titel 3, Boek II. b b

T weede b e g i n s e 1.

Bloot toeschouwers zijn de partijen in het administratief geding evenwel niet. Al gaat het in dit geding om een staatsbelang-, het g-aa,t toch ook om een belang der twistende partijen. De gevolgen der uitspraak worden door haar zelfs in de eerste plaats gevoeld De rechter Jijke beslissing mag daarom niet vallen, voordat de partijen den rechter mondeling haar wederzijdsch standpunt hebben kunnen toelichten. Met dien eisch der billijkheid rekent het ontwerp; het geeft de partijen heit recht op mondeling gehoor. Bovendien vergunt het haai-, ter verdediging van haar standpunt bewijsmiddelen te berde te brengen en, in het belang van een behoorlijk onderzoek, bepaalde beschikkingen betreffende de gedingvoering uit te lokken. Reclitstreeksche invloed op den loop van liet proces is haar echter onthouden Vg. artt. 113, 129, 132, 133; artt. 117, 128, 134, 159 vv.; art. 137 (hitwerp.

D erde beginsel.

Het. recht op mondeling gehoor is niet alleen een recht, rechtsbeschouwingen voor te dragen, maar ook en vooral een recht van critiek op iet. bewijsmateriaal, dat 111 het geding is bijeen gebracht, Aan deze evoegdheid tott critiek ontleent het recht op mondeling- gehoor zelfs zijne grootste waarde.

Om wezenlijke critiek te kunnen oefenen moeten de partijen bevoegd zijn, het voorwerp der critiek van nabij te bezien. Op deze overweging steunt de bepaling van het ontwerp, dat het bewijs, waarop de rechter recht doet, ter openbare zitting moet geleverd worden (artt.

f 1°ntw;)- ,)e partijen mogen op die zitting tegenwoordig ziin. Het bewijsmateriaal, dat den grondslag van 's rechters beslissing zal vormen, wordt derhalve onder hare oogen bijeengebracht. De realiteit ^ an het recht tot controle is daarmede gewaarborgd.

^ ierde beginsel.

Te dringender is de eisch, dat het, bewijs ter openbare zitting geleverd wordt, omdat de rechter naar vrije overtuiging beslist. Het" administratief proces is immers het onderzoek van eene klacht over een

Sluiten