Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebondenheid, past eene onderscheiding. Het vonnis des rechters bepaalt velerlei. Zoo verklaart het nu eens eene weigering1, eene handeling of een besluit wettig'; dan weer spreekt het de onwettigheid daarvan uit. En soms voegt het bij eene onwettigverklaring eene veroordeeling om te doen of te besluiten. (Artt. 183, 184, lid 1, en 185, lid 1, Ontw.).

A In aar nu liet vonnis het een of het ander vaststelt, legt liet aan lien, die gebonden worden, andere verplichtingen op. \\ elke die \eiplichtingen zijn, volgt uit den inhoud van het vonnis. Eene veroordeeling om te doen of te besluiten verplicht tot het voldoen aan dn veroordeeling; eene verklaring, dat een besluit, eene handeling of weigering- wettig" of onwettig is, verplicht dat besluit, die handeling of weigering als wettig of onwettig te beschouwen. Dat alles spreekt zóó vanzelf, dat het overbodig is, het in de wet te zeg-ge».

Minder voor de hand ligt liet. antwoord op de vraag, wie de gebcndenen zijn, ten minste voor zoover het de wettig- of de onwettigverklaring van administratieve handelingen, weigeringen of besluiten betreft. Want dat de veroordeeling 0111 te handelen of te besluiten alleen hem bindt, tegen wien zij is gericht, is klaar. I11 de veroordeeling zelve ligt die beperking opgesloten; alleen den veroordeelde wordt besluiten of handelen tot plicht gemaakt, In dezen zin is dit punt in art. 277, lid 2, Ontw. geregeld.

Zoo eng kan de kring van hen niet zijn, die door eene wettig- ot onwettigverklaring gebonden worden. Integendeel, voor zoover het vonnis des rechters eene handeling, eene weigering of een besluit wettig of onwettig verklaart, moet het elk en een iegelijk binden, Overheid zoowel als onderdaan, administratieve zoowel als rechterlijke organen. De controle, die de administratieve rechter op de wettigheid van het optreden der administratie oefent, ware toch slechts onvolledig en gebrekkig, als iemand, wie dan ook, in strijd met 's rechters uitspraak de wettigheid of onwettigheid van eene daad der administratie mocht staande houden.

Daarover is geen twijfel mogelijk. Slechts de vrees onbillijk te worden, zou den wetgever kunnen weerhouden, de bindende kracht zoo ver'uit te strekken. Gelukkig bestaat er voor die beduchtheid geen o-rond. De verplichting, die de algemeen bindende kracht eener wettig- of onwettigverklaring oplegt, is geen andere, dan die rechterlijke uitspraak te eerbiedigen. Er wordt dus van niemand het onmogelijke oeëiseht. En deze eerbied voor de rechterlijke uitspraak mag van iedereen gevergd worden, omdat die uitspraak valt 11a een ondeizoek, dat door zijn overwegend ambtelijk karakter volledige» waarborg voor juistheid biedt. Yg. art. 277, lid 1, Ontwerp.

' Op één punt dient nog gewezen. De algemeen bindende kracht eener wettig- of onwettigverklaring verplicht enkel tot liet eerbiedigen der uitgesproken wettigheid of onwettigheid. Daden, welke die wettigheid of onwettigheid niet aantasten, blijven derhalve geoorloofd. Daarom zal een liooger bestuursorgaan een wettig verklaard besluit van eene lagere autoriteit 0111 redenen van algemeen belang mogen vernietigen. In zulk eene vernietiging ligt toch geene ontkentenis va» de door

Sluiten