Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder meer, terwijl de rechterlijke uitspraak, behalve de onwettigverklaring van het aangevallen besluit, ook nog eene veroordeeling kan bevatten.

Hieimede is de quaestie echter niet opgelost. Als tegen vernietigbare besluiten beroep op den rechter openstaat, kan zoowel de rechter als de hoogere administratieve autoriteit eenzelfde besluit tot voorwerp \ an onderzoek maken. 1 leze actie van twee verschillende organen voert misschien tot afwijkende resultaten; rechter en administratie komen dan in botsing. Dergelijke conflicten moeten voorkomen worden. Doeltreffende bepalingen moeten daarvoor zorgen.

Er zijn slechts twee mogelijkheden. Of de rechter beslist over zeker vernietigbaar besluit, vóór de administratie dit besluit vernietigt; óf de administratie vernietigt eeii besluit, vóór de rechter daarover uitspraak doet.

In het eerste geval rijst er niet de minste moeilijkheid. Verklaart de rechter het aangevallen besluit onwettig, welnu, dan wordt het tegenover elk en een iegelijk geacht nimmer bestaan te hebben (art. 271, lid 1, j . 278 Ontw.). Vernietiging door de administratie is derhalve niet meer mogelijk. En spreekt de rechter de wettigheid van een besluit uit, dan moet de administratie die eerbiedig'en (art. 277, lid 1, Ontw.). /ij zal het besluit dus niet meer wegens strijd niet de wet mogen vernietigen. Aan den anderen kant blijft het haar echter vrijstaan tot vernietiging wegens strijd met het algemeen belang over te gaan. Vernietiging op dien grond tast toch het gezag van het rechterlijk gewijsde niet aan.

?siet minder eenvoudig is de oplossing, als de administratie een besluit vernietigt, vóór de rechter daarover uitspraak doet. Immers, zoodra het besluit, waartegen bij den rechter beroep aanhangig is, , ' administratief wordt vernietigd, verliest het proces zijn doel. Het besluit, waarover het loopt, bestaat niet meer; het geding' moet mitsdien geschorst worden. Aldus bepaalt art. 161 Ontw.

De schorsing is echter niet absoluut; hervatting van het geding blijft mogelijk. Het vernietigingsbesluit kan ophouden te bestaan. He't kan bijv. op zijn beurt worden vernietigd of ingetrokken of door den rechter op ingesteld beroep worden onwettig verklaard. Dan herleeft het ten onrechte vernietigd besluit en herkrijgt daarmee het geschorst geding zijn reden van bestaan. Op verzoek van de meest gereed© partij moet het geding daarom hervat kunnen worden, zoodra de reden deischorsing vervallen is (art, 161 Ontw.).

Anders dan de vernietiging behoort de schorsing, die aan vernietiging voorafg'aat, een over het geschorst besluit aanhangig proces niet te stremmen. Schorsing is een voorloopige maatregel; ze laat de kans open, dat liet geschorst besluit zal blijven voortbestaan. Het rechterlijk onderzoek blijft daarom voorshands, totdat het vernietigingsbesluit is uitgevaardigd^ doel en zin behouden. Te minder is er hier grond voor schorsing van het geding, omdat de rechterlijke uitspraak nimmer met het eventueele vernietigingsbesluit in botsing komen kan. Daarvoor waakt de hierboven ontwikkelde regeling tot voorkoming van conflicten tusschen rechterlijke uitspraak en vernietigingsbesluit.

Ontw. Adm. Rechtspr.

Sluiten