Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 34. Intrekking of wijziging van besluiten door de administratieve organen, die deze genomen hebben.

Soms zijn administratieve organen bevoegd, zelf liunne besluiten in te trekken of te wijzigen. Intrekking doet, evenals vernietiging door eene lioogere autoriteit, liet ingetrokken besluit vervallen. En ten gevolge van wijziging treedt voor het oorspronkelijk besluit een gewijzigd in de plaats.

Ook deze intrekking of wijziging kan plaats grijpen, als reeds over het ingetrokken of gewijzigd besluit een proces aanhangig is. En opdat zij dan geene verwikkelingen in het leven roepe, behoort te haren opzichte hetzelfde te gelden als ten aanzien van vernietiging door een hooger administratief orgaan. Intrekking of wijziging van een besluit brengt daarom schorsing mee van de behandelinjg van het beroep, dat reeds vóór de intrekking of wijziging tegen het ingetrokken of gewijzigd besluit is ingesteld (art. 161 Ontwerp).

HOOFDSTUK VI.

Verband tusschen de burgerlijke, de adminjstratieve

en de strafrechtspraak.

§ 35. De bevoegdheid van den burgerlijken rechter en het publiek recht.

De burgerlijke rechter oordeelt over burgerrechtelijke rechtsvorderingen. Het staat vast, wat naar burgerlijk recht gedaan mag of moet worden. De administratieve rechter daarentegen beslist, of handelingen, weigeringen, besluiten der Overheid in overeenstemming zijn met het publieke recht, en wat de Overheid, die onwettig besloot, handelde of weigerde, naar publiek recht te doen of te besluiten heeft. Vg. §§ 1—3 hiervoor en art. 2b Ontw. (R. 0.) II. Hij stelt vast, wat naar publiek recht door de Overheid gedaan mag of moet worden. Burgerlijke en administratieve rechter, ieder oordeelt derhalve over verschillende onderwerpen naar verschillend recht, ten minste indien het werkelijk waar is, dat de burgerlijke rechter alleen van burgerrechtelijke rechtsvorderingen kennis neemt.

Voor zoover art. 153 Grondwet betreft, is twijfel vrijwel uitgesloten. Maar art. 2 R. 0., geeft aan eene afwijkende opvatting voet. Alle geschillen over eigendom en schuldvorderingen, onverschillig of zij publiekrechtelijk of privaatrechtelijk zijn, zouden, zoo beweren sommigen, tot de bevoegdheid van den burgerlijken rechter beliooren. Nu administratieve rechtspraak in den ruimst mogelijken omvang wordt ingevoerd, dient deze opvatting, die bovendien principieel volkomen onhoudbaar is, te worden afgesneden. Art. 2 R. O. ondergaat daarom wijziging. Ondubbelzinnig wordt aan den burgerlijken rechter enkel de berechting van burgerrechtelijke rechtsvorderingen opgedragen. (Art. 2 Ontw. (R. O.) II).

De burgerlijke rechter doet privaatrechtelijke vorderingen, de adnn-

Sluiten