Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOEK II.

TITEL I.

Artt. 74—77. Yg; § 19 n°. 2.

TITEL II.

Artt. 78—82. De termijn voor het instellen van beroep is op 60 (resp. 30) dagen gesteld. Bijzondere wetten kunnen natuurlijk dezen termijn, waar noodig, verlengen of verkorten.

Het is onbillijk eenen klager van een reclit te versteken, dat hij, buiten zijne schuld, niet. binnen den voorgeschreven termijn heeft kunnen uitoefenen. Daarom dient een tardief beroep voor tijdig ingesteld te gelden, als de klager aantoont den ijver te hebben betracht, die redelijkerwijs van hem verwacht mag worden. Yg. art. 82.

TITEL III.

Art. 83. Yg. art. 79 Beroepsw. en art. 76 Ongevallenwet 1901. Beperking van een beroep tot een deel van een besluit, eene handeling of weigering kan den rechter soms de richtige vervulling zijner taak onmogelijk maken.

Art. 84. Yg. §§ 1—3. Schennis van publiekrechtelijke wetten of li-ettelijke voorschriften: zij kan haar oorzaak vinden öf in verkeerde interpretatie van het publieke recht of in verkeerde appreciatie der feiten.

Art. 85. Yg. artt. 79 en 80 Beroepsw. benevens art. 53 Ontw.

De verplichte overlegging van een afschrift van het klaagschrift bleek in de practijk heel veel omslag te veroorzaken. Herhaaldelijk blijft die overlegging achterwege. Dan moet art- 84 Beroepsw. toegepast worden. De toepassing daarvan geeft echter veel meer last dan de vervaardiging van een afschrift ter griffie.

Een afschrift van het aangevallen besluit nioet, volgens de Beroepswet, overgelegd worden. Deze verplichting is behouden, omdat de voorzitter uit dit afschrift dadelijk kan zien, waarover liet proces loopt. Zij is echter eene verplichting zonder sanctie geworden, want nietoverlegging van een afschrift voert niet tot toepassing van art. 93 j°. art. 138 n°. 4 Ontw. De reden ligt voor de hand. De voorzitter kan zich een afschrift van het aangevallen besluit langs eenen meer eenvoudigen weg verschaffen; hij vraagt liet aan den verdediger (art. 90 Ontw.). Daarbij komt nog, dat de klager niet altijd een afschrift van het aangevallen besluit bezit.

Artt. 86 en 87. Yg. ü 29.

Artt. 88 en 89. Yg. artt. 82 en 83 Beroepsw.

Sluiten