Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van liet geding, zoo noodig in afschrift, hebben rond te zenden. Het gerecht behoeft dus niet meer — daar ligt het voordeel — voor allerlei doodeenvoudige beslissingen in raadkamer saam te komen.

Artt. 96 en 97. Yg. artt. 81 en 87 Beroepsw. en art, 53 Ontw.

Niet het g-erecht, maar de voorzitter behoort den klager in de g-elegenheid te stellen, de fout te verbeteren. Yg. artt. 92 en 93 Ontw. Zie ook § 29.

Artt. 98 en 99. Yg. artt. 88 en 91 Beroepsw. benevens artt, 53 en 85, lid 1, Ontw. Evenmin als van het klaagschrift, behoeven van het vertoogschrift afschriften overgelegd te worden.

„Vertoogschrift". De uitdrukking „contra-memorie" is minder juist; zij kan toch, als zij bijv. in appèl van eenen medeklager uitgaat, ter ondersteuning van het beroepschrift strekken.

Art. 100. Yg. art. 93 Beroepsw., dat, inhoudend wat vanzelf spreekt, vergeet dat te bepalen, waarop het juist aankomt.

Artt. 100—120. Yg. artt. 93 -100 Beroepsw. In het stelsel dezer artikelen, dat behouden is, zijn de volgende wijzigingen gebracht.

1°. Leider van voorbereidend onderzoek kan ook zijn de kantonrechter of de rechter-commissaris voor administratieve zaken. De opdracht der administratieve rechtspraak aan de rechterlijke macht vergunt deze gelukkige oplossing. Bekwame krachten komen zoodoende voor het voorbereidend onderzoek beschikbaar (art. 103 Ontw.).

Die benoeming der rechters-commissarissen is vrijwel op dezelfde wijs geregeld als in de artt. 56 vlg. W. v. Srv. Vg. artt, 104—106 Ontw. De werkzaamheden dier commissarissen zullen wel niet zoo omvangrijk wezen, of zij zullen bij verreweg de meeste rechtbanken tevens lid eener kamer kunnen zijn.

2°. De voorzitter erlangt de bevoegdheid, aan organen van openbaar gezag en aan ambtenaren schriftelijke inlichtingen te vragen. Hij mag tevens het inwinnen van inlichtingen opdragen aan onder-officieren der marécliaussée en aan rijksveldwachters (artt. 101 en 102 Ontw.).

3°. Ook aan de leiders van voorbereidend onderzoek zijn de onder n°. 2 hiervoor vermelde bevoegdheden verleend. Zij zijn tevens bevoegd de partijen op te roepen, ten einde haar te hooren. Ook mogen zij inzage en afschrift nemen van boeken en bescheiden, onder organen van openbaar gezag en ambtenaren berustend. Aan den voorzitter is, ter verzekering zijner onbevangenheid, deze laatste bevoegdheid niet toegekend (art. 107 no. 3, 5, 6 en 7 Ontw.).

4°. Aan de partijen is de bevoegdheid toegekend voorbereidend onderzoek uit te lokken. Vg. art. 59 Beroepsw. en art. 117 Ontw.

Art. 103. Ook de inspecteurs van de volksgezondheid kunnen als leiders van voorbereidend onderzoek optreden. \ g. art, 95 Beroepsw.

Art. 107. Vg. artt. 96a en h n°. 1 en 97, lid 1 en 2, Beroepsw. j°. art, 109 Ontw.

Sluiten